Set: Par étapes (1): La rentrée

Familiarize

Learn

Test

Play Scatter

Play Space Race

Combine with other sets Login to add to Favorites
Print: Term List | Flashcards Editing not allowed
Export Deleting not allowed

Share these flash cards

With group: None
HTML link to set: Tiny link:
Share on Facebook Share on MySpace

All 83 terms

TermDefinition
même, même(de)zelfde,(het)zelfde
à tableaan tafel
commencerbeginnen
entrerbinnenkomen
bonjourDag / goeiedag / goeiemorgen
une règleeen (meet)lat
une calculatriceeen (zak)rekenmachine
un careen autobus
un styloeen balpen, een pen
un cartableeen boekentas
un livreeen boek
un villageeen dorp
une familleeen familie
une gommeeen gom
un stylo en oreen gouden pen
une annéeeen jaar
un petit villageeen klein dorp
une petite familleeen kleine familie
une rentrée difficileeen moeilijk begin van het schooljaar
un livre difficileeen moeilijk boek
un instant, j'arriveEen ogenblik, ik kom er al aan (ik kom zo)
une trousseeen pennenzak
un crayoneen potlood
une valiseeen reiskoffer
une année scolaireeen schooljaar
un cahiereen schrift
une rueeen straat
une tableeen tafel
une heureeen uur
un ami, une amieeen vriend, een vriendin
eten
On sonneEr wordt gebeld
mangereten
avoirhebben
la rentréehet begin van het nieuwe schooljaar
c'est le premier septembreHet is de eerste september
L'année scolaire commence aujourd'huiHet schooljaar begint vandaag
Il mange beaucoupHij eet veel
Il est énervéHij is zenuwachtig
Il habite à NamurHij woont in Namen
Je commence à huit heuresIk begin om 8u
Je ne suis pas énervéIk ben niet zenuwachtig
Je ne suis pas encore prêtIk ben nog niet klaar
J'ai un amiIk heb een vriend
Je n'ai pas faimIk heb geen honger
Je n'ai pas le tempsIk heb geen tijd
J'ai faim (avoir faim)Ik heb honger (honger hebben)
à (+plaatsnaam)in (+plaatsnaam)
dansin
monter dansinstappen
Il est prêt?Is hij klaar?
Elle est prête?Is zij klaar?
prêt, prêteklaar, gereed
petit, petiteklein
Tu n'entres pas?Kom je niet binnen?
difficilemoeilijk
près denabij
NamurNamen
ne...pasniet, geen
ne...pas encorenog niet
A huit heures, ils montent dans le carOm 8 u stappen ze in de bus
à (+uur)om(+uur)
le matin's morgens
septembreseptember
Sophie et FrédéricSophie en Frédéric
Sophie est une amie de FrédéricSophie is een vriendin van Frédéric
Aujourd'hui, c'est la rentréeVandaag gaan de scholen weer open
Aujourd'hui c'est le premier septembreVandaag is het de eerste september
aujourd'huivandaag
devan
beaucoupveel
Qu'est-ce que c'est?Wat is dat?
Nous sommes énervésWe zijn zenuwachtig
Nous habitons dans la même rueWij wonen in dezelfde straat
habiterwonen
Ils habitent dans la même rueZe wonen in dezelfde straat
Ils habitent dans le même villageZe wonen in hetzelfde dorp
énervé, énervéezenuwachtig
Ils mangent à huit heuresZij eten om 8u
Elle est énervéeZij is zenuwachtig
Ils habitent à WépionZij wonen in Wépion
Ils habitent près de NamurZij wonen nabij Namen
êtrezijn

Set Information

Terms 83
Creator nicolas
Created May 14, 2007
Groups None
Subjects None
Access Anyone
Edit Creator Only
Get rid of ads on Quizlet
Pop out

Discuss

Inezj : peeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeet! x
Inezj : love you
Inezj : xxxx
Inezj : alee femke tch?!
Last Message: 23 months ago

You must be logged in to discuss this set.

Top Users

  1. Inezj - 100 scores

Most Missed Words

  1. Ils habitent près de Namur Zij wonen nabij Namen - 2 misses
  2. à (+uur) om(+uur) - 2 misses
  3. à (+plaatsnaam) in (+plaatsnaam) - 1 miss
  4. Tu n'entres pas? Kom je niet binnen? - 1 miss
  5. un village een dorp - 1 miss
  6. une règle een (meet)lat - 1 miss
  7. dans in - 1 miss