Set: Par étapes (3): Une bonne idée

Familiarize

Learn

Test

Play Scatter

Play Space Race

Combine with other sets Login to add to Favorites
Print: Term List | Flashcards Editing not allowed
Export Deleting not allowed

Share these flash cards

With group: None
HTML link to set: Tiny link:
Share on Facebook Share on MySpace

All 198 terms

TermDefinition
aimer beaucouperg houden van, erg graag doen
aimerhouden van, graag doen
allergaan
amusant, amusantefijn, plezant
anglaisEngels
aoûtaugustus
apprendre une langueeen taal leren
Après la récréation, nous avons anglais.Na de speeltijd hebben we Engels.
après la récréationna de speeltijd
Après le récréation, Frédéric a deux heures de néerlandais.Na de speeltijd, heeft Frédéric twee uur Nederlands.
aprèsna
Aujourd'hui, il est libre.Vandaag is hij vrij.
Aujourd'hui, ils vont à Namur.Vandaag gaan ze naar Namen.
Aujourd'hui, nous sommes lundi.Vandaag is het maandag.
avrilapril
Bon anniversaire!Gelukkige verjaardag!
bon, bonnegoed
Ce n'est pas amusant.Dat is niet fijn.
Ce n'est pas possible!Het is niet mogelijk!
Ce sont des garçons comme vous.Het zijn jongens zoals jullie.
C'est difficile.Dat is moeilijk.
choisirkiezen
commezoals
continuerverdergaan
D'abord, nous avons une heure de maths.Eerst hebben we een uur wiskunde.
d'abordeerst
décembredecember
difficilemoeilijk
dimanchezondag
doncdus
écrire une lettre en néerlandaiseen brief schrijven in het Nederlands
écrire une lettreeen brief schrijven
elle choisitzij kiest
Elle est enthousiaste.Zij is enthousiast.
elle finitzij maakt af
elle peutzij kan / mag
elle vazij gaat
elles choisissentzij (vrouwelijk) kiezen
elles finissentzij (vrouwelijk) maken af
elles peuventzij (vrouwelijk) kunnen / mogen
elles vontzij (vrouwelijk) gaan
ennuyeux, ennuyeusevervelend
Ensuite, il expliqueDaarna geeft hij uitleg.
Ensuite, nous avons biologie.Daarna hebben we biologie.
ensuitedaarna
enthousiasteenthousiast
expliqueruitleg geven, uitleggen
fermé, ferméegesloten
févrierfebruari
finir une lettreeen brief afmaken, beëindigen
finirafmaken, beëindigen
flamand, flamandeVlaams
françaisFrans
Frédéric choisit une correspondante.Frédéric kiest een correspondentievriendin.
Frédéric réfléchit.Frédéric denkt na.
gymturnen (omgangstaal)
icihier
Il a le temps d'aller à la post.Hij heeft tijd om naar het postkantoor te gaan.
il choisithij kiest
Il est enthousiaste.Hij is enthousiast.
Il est presque midi.Het is bijna twaalf uur.
il finithij maakt af
Il montre d'abord une revue.Hij toont eerst een tijdschrift.
Il peut aider dans la cuisine.Hij kan in de keuken helpen.
il peuthij kan / mag
il vahij gaat
ils choisissentzij (mannelijk) kiezen
ils finissentzij (mannelijk) maken af
Ils ont 12 ou 13 ans comme vous.Zij zijn 12 of 13 jaar, zoals jullie.
ils peuventzij (mannelijk) kunnen / mogen
ils vontzij (mannelijk) gaan
J'ai ici une liste.Ik heb hier een lijst.
J'aime beaucoup le gym.Ik turn erg graag.
J'aime le français.Ik doe graag Frans.
janvierjanuari
je choisisik kies
je finisik maak af
Je n'aime pas du tout le latin.Ik doe helemaal niet graag Latijn.
Je n'aime pas les maths.Ik doe niet graag wiskunde
Je peux entrer?Mag ik binnenkomen?
je peuxik kan / mag
je vaisik ga
jeudidonderdag
juilletjuli
juinjuni
la biologiebiologie
la datede datum
la géographieaardrijkskunde
Le grand magasin est fermé aujourd'hui?Is het warenhuis gesloten vandaag?
la gymnastiqueturnen
la musiquemuziek
la postede post, het postkantoor
la récréationde speeltijd
la religiongodsdienst
L'après midi, nous avons religion, histoire et gym.'s Namiddags hebben we godsdienst, geschiedenis en turnen.
L'après-midi, nous sommes libres.'s Namiddags zijn we vrij.
l'après-midi's namiddags
las mathématiqueswiskunde
latinLatijn
le dessintekenen
le deux janvierde tweede januari
le dimanche's zondags
le jeudidonderdags
le lundi's maandags
le mardidinsdags
Le mercredi après-midi, elle est libre.s' Woensdagsnamiddags is zij vrij.
le mercredi après-midis' woensdagsnamiddags
le mercredi's woensdags
le premier févrierde eerste februari
le premier janvierde eerste januari
Le professeur continue.De leerkracht gaat verder.
Le professeur explique.De leraar geeft uitleg.
Le professeur montre une revue.De leraar toont een tijdschrift
le quatre maide vierde mei
le samedi's zaterdags
le trois marsde derde maart
le vendredi's vrijdags
le vingt et un juinde eenentwintigste juni
L'école est ferméeDe school is gesloten.
Les élèves finissent la lettre.De leerlingen maken de brief af.
Les élèves remplissent la fiche.De leerlingen vullen de steekkaart in.
les vacances de d'hiverde krokusvakantie
les vacances de la Toussaintde herfstvakantie
les vacances de Noëlde kerstvakantie
les vacances de Pâquesde paasvakantie
l'histoiregeschiedenis
librevrij
lundimaandag
maimei
maintenant, nous allons écrire une lettre.Wij gaan nu een brief schrijven.
maintenantnu
mardidinsdag
marsmaart
mathswiskunde (omganstaal)
mercrediwoensdag
montrertonen, laten zien
ne...pas du touthelemaal niet
néerlandaisNederlands
noternoteren
Nous allons écrire une lettre en néerlandais.Wij gaan een brief schrijven in het Nederlands.
Nous allons écrire une lettre.Wij gaan een brief schrijven.
nous allonswij gaan
Nous avons deux heures de néerlandais.Wij hebben twee uur Nederlands.
Nous avons quatre heures de français par semaine.Wij hebben vier uur Frans per week.
nous choisissonswij kiezen
nous finissonswij maken af
nous pouvonswij kunnen / mogen
Nous sommes le trois octobre aujourd'hui.Het is de derde oktober vandaag.
novembrenovember
octobreoktober
ouof
par semaineper week
pouvoirkunnen, mogen
presquebijna
Quel jour sommes-nous aujourd'hui?Welke dag is het vandaag?
réfléchirnadenken
remplirinvullen
samedizaterdag
septembreseptember
technologietechnologie
Ton anniversaire, c'est quand?Wanneer verjaar jij?
Tu as technologie aujourd'hui?Heb je technologie vandaag?
tu choisisjij kiest
tu finisjij maakt af
tu peuxjij kan / moogt
tu vasjij gaat
un anniversaireeen verjaardag
un après-midieen namiddag
un bon professeureen goede leraar, een goede lerares
un correspondant flamandeen Vlaamse correspondentievriend
un correspondant, une correspondanteeen correspondentievriend/een correspondentievriendin
un élève, une élèveeen leerling/een leerlinge
un garçon françaiseen Franse jongen
un garçon ou une filleeen jongen of een meisje
un garçoneen jongen
un joureen dag
un professeureen leraar, een lerares
une adresseeen adres
une bonne idéeeen goed idee
une correspondante flamandeeen Vlaamse correspondentievriendin
une discipline ennuyeuseeen vervelend vak
une ficheeen steekkaart
une filleeen meisje
une idéeeen idee
une langueeen taal
une lettreeen brief
une listeeen lijst
une photoeen foto
une revueeen tijdschrift
une semaineeen week
vendredivrijdag
vous allezzij gaan
vous choisissezjullie kiezen
vous finissezjullie maken af
Vous notez d'abord la date.Jullie noteren eerst de datum
Vous pouvez choisir une adresse.Jullie mogen/kunnen een adres kiezen.
Vous pouvez donc choisir.Jullie mogen dus kiezen.
vous pouvezjullie kunnen / mogen

Set Information

Terms 198
Creator nicolas
Created May 14, 2007
Groups None
Subjects None
Access Anyone
Edit Creator Only
Get rid of ads on Quizlet
Pop out

Discuss

No Messages
Last Message: never

You must be logged in to discuss this set.

Top Users

  1. lopje - 13 scores
  2. josoverbeek - 1 score

Most Missed Words

  1. une semaine een week - 1 miss
  2. Nous sommes le trois octobre aujourd'hui. Het is de derde oktober vandaag. - 1 miss
  3. la biologie biologie - 1 miss
  4. dimanche zondag - 1 miss
  5. bon, bonne goed - 1 miss
  6. le premier février de eerste februari - 1 miss
  7. tu finis jij maakt af - 1 miss