Set: Par étapes (4): Wépion

Familiarize

Learn

Test

Play Scatter

Play Space Race

Combine with other sets Login to add to Favorites
Print: Term List | Flashcards Editing not allowed
Export Deleting not allowed

Share these flash cards

With group: None
HTML link to set: Tiny link:
Share on Facebook Share on MySpace

All 126 terms

TermDefinition
On n'a pas le temps.( men ) We hebben geen tijd.
On s'amuse toujours bien. (s'amuser)( men ) Zij amuseren zich altijd goed. (zich amuseren)
On s'amuse bien.( men ) Zij amuseren zich goed.
déjàal, reeds
les Ardennesde Ardennen
le congé de la Toussaintde herfstvakantie
la Meusede Maas
Les vacances commencent le premier juillet.De vakantie begint op 1 juli.
les vacancesde vakantie
les toilettesde wc
les magasins du centrede winkels van het centrum
penser àdenken aan
souventdikwijls
DinantDinant
une salle de bainseen badkamer
un débarraseen bergruimte
un centreeen centrum
une salle à mangereen eetkamer
une photo des élèveseen foto van de leerlingen
une photo de l'écoleeen foto van de school
une photo de la maisoneen foto van het huis
un garageeen garage
une collineeen heuvel
un hôtel (l'hôtel)een hotel
une maisoneen huis
une entréeeen inkom (hall)
un kayakeen kajak
une caveeen kelder
une cuisineeen keuken
un congéeen korte vakantie
un joli souvenireen mooi souvenir
une jolie régioneen mooi streek
un village magnifiqueeen prachtig dorp
une vue magnifiqueeen prachtig uitzicht
un restauranteen restaurant
un village tranquilleeen rustig dorp
une rue tranquilleeen rustige straat
un scouteen scout
une chambre à couchereen slaapkamer
un souvenireen souvenir, een aandenken
une régioneen streek
une terrasseeen terras
un centre touristiqueeen toeristisch centrum
une région touristiqueeen toeristische streek
un touristeeen toerist
un jardineen tuin
une vueeen uitzicht
une valléeeen vallei
un étageeen verdieping
faire une promenade le long de la Meuseeen wandeling maken langs de Maas
une promenadeeen wandeling
un sport nautiqueeen watersport
un week-endeen weekend
une routeeen weg
un quartiereen wijk, een woonwijk
un magasineen winkel
une salle de séjoureen woonkamer
un greniereen zolder
chaque annéeelk jaar
chaque, chaqueelk, elke
chaque jourelke dag
Il y a une lettre pour Frédéric.Er is een brief voor Frédéric.
Il y a un week-end avec les scouts.Er is een weekend met scouts.
Il y a deux maisons sur la colline.Er staan twee huizen op de heuvel.
Il y a un hôtel sur la colline.Er staat een hotel op de heuvel.
On sonne.Er wordt gebeld.
On frappe à la porte.Er wordt op de deur geklopt.
Il y a deux lettres pour Frédéric.Er zijn twee brieven voor Fédéric.
biengoed (bij een werkwoord)
le rez-de-chausséehet gelijkvloers
La maison se trouve sur une colline. (se trouver)Het huis staat (bevind zich) op een heuvel. (staan, zich bevinden)
C'est très joli.Het is erg mooi.
le départhet vertrek
Il pense aux vacances.Hij denkt aan de vakantie.
Il va à l'hôtel.Hij gaat naar het hotel.
Il est dans la cuisine.Hij is in de keuken.
Il est sur la terrasse.Hij is op het terras.
Il est au grenier.Hij is op zolder.
il faithij maakt
Il habite au réz de chaussée.Hij woont gelijkvloers.
Il habite au centreHij woont in het centrum.
Il habite au premier étage.Hij woont op de eerste verdieping.
aimerhouden van, graag doen
Je vais à la poste.Ik ga naar de post.
J'aime le kayak.Ik hou van kajakken. / Ik kajak graag.
je faisik maak
Dans l'école d'Olivier, on commence à neuf heures moins le quart.In de school van Olivier beginnen ze om kwart voor negen.
Dans la salle de séjour, on a une vue magnifique sur la Meuse.In de woonkamer heb je een prachtig uitzicht op de Maas.
Au centre, il y a des restaurants et des hôtels.In het centrum zijn er restaurants en hotels.
En vingt minutes, ils sont à Namur.In twintig minuten zijn ze in Namen.
tu faisjij maakt
vous faitesjullie maken
le long delangs
Vive les vacances.Leve de vakantie.
fairemaken
joli, joliemooi
à six heures du soirom zes uur 's avonds
à six heures du matinom zes uur 's morgens
au premier étageop de eerste verdieping
sur une collineop een heuvel
au grenierop zolder
surop
magnifique, magnifiqueprachtig
tranquille, tranquillerustig
touristique, touristiquetoeristisch
Départ: à six heures du soir / du matin.Vertrek: om zes uur 's avonds / 's morgens.
mardi prochainvolgende dinsdag
vendredi prochainvolgende vrijdag
la semaine prochainvolgende week
samedi prochainvolgende zaterdag
prochain, prochainevolgend
surtoutvooral
Wépion est situé sur la route Namur -Dinant.Wépion ligt op de weg Namen -Dinant.
Nous aimons le kayak.Wij kajakken graag.
nous faisonswij maken
Nous sommes déjà au centre.Wij zijn al in het centrum.
Elle aime le français.Ze doet graag Frans.
trèszeer, erg
ils fontzij (mannelijk) maken
elles fontzij (vrouwelijk) maken
Ils pensent aux vacances.Zij denken aan de vakantie.
Ils vont acheter un souvenir.Zij gaan een souvenir kopen.
Ils aiment surtout le kayak.Zij houden vooral van kajakken.
Elle n'aime pas l'école.Zij houdt niet van het school. / Zij gaat niet graag naar school.
Ils font souvent des promenades.Zij maken dikwijls wandelingen.
Ils font une promenade.Zij maken een wandeling.

Set Information

Terms 126
Creator nicolas
Created May 14, 2007
Groups None
Subjects None
Access Anyone
Edit Creator Only
Get rid of ads on Quizlet
Pop out

Discuss

No Messages
Last Message: never

You must be logged in to discuss this set.

Top Users

  1. nicolas - 47 scores

Most Missed Words

  1. Les vacances commencent le premier juillet. De vakantie begint op 1 juli. - 1 miss
  2. un week-end een weekend - 1 miss
  3. En vingt minutes, ils sont à Namur. In twintig minuten zijn ze in Namen. - 1 miss
  4. Il y a deux lettres pour Frédéric. Er zijn twee brieven voor Fédéric. - 1 miss
  5. tranquille, tranquille rustig - 1 miss
  6. Il est au grenier. Hij is op zolder. - 1 miss
  7. un centre touristique een toeristisch centrum - 1 miss