Set: Par étapes (7): Ta jupe est superbe!

Familiarize

Learn

Test

Play Scatter

Play Space Race

Combine with other sets Login to add to Favorites
Print: Term List | Flashcards Editing not allowed
Export Deleting not allowed

Share these flash cards

With group: None
HTML link to set: Tiny link:
Share on Facebook Share on MySpace

All 147 terms

TermDefinition
A tout à l'heure.Tot straks.
Assez bien.Tamelijk goed.
autreander
beaucouperg veel
blanc, blanchewit
bleu, bleueblauw
brun, brunebruin
Ça va très bien./Je vais très bien.Het gaat heel goed.
Ça va. Et toi?Het gaat. En met jou?
Ça va.Het gaat.
Ça va?Gaat het?
Ce n'est pas joli.Dat is niet mooi.
chicdeftig, chic
Comment allez-vous?Hoe gaat het (met u)?
Comment ça va?Hoe gaat het?
Comment vas-tu?Hoe gaat het (met je)?
délavéafgewassen
des chaussettes grisesgrijze sokken
des chaussures brunesbruine schoenen
des tennistennisschoenen
des vêtements à la modemodieuze kleren
devoirmoeten
Dis donc,...Zeg (eens)...
een donkere kleurune couleur foncée
Elle doit encore faire des courses.Zij moet nog boodschappen doen.
Elle est gentille.Zij is vriendelijk.
Elle est sportive.Zij is sportief.
Elle fait un tour en ville pour regarder les vitrines.Zij loopt rond in de stad om de etalages te bekijken.
Elle s'intéresse à la mode.Zij interesseren zich voor mode.
Elle s'intéresse beaucoup aux vêtements.Zij interesseert zich erg veel voor kleren.
Elle va faire un tour en ville.Zij gaat in de stad rondlopen.
Elles ont encore une autre passion.Zij hebben nog een andere passie.
en villein de stad
Et toi?En met jou?
Et vous?En met u? / En met jullie?
être à la modein de mode zijn
exagéreroverdrijven
foncé, foncéedonker
gentil, gentillevriendelijk
gris, grisegrijs
Il doit mettre une cravate?Moet hij een das aandoen?
Il est gentil.Hij is vriendelijk.
Il est sportif.Hij is sportief.
Il met un T-shirt.Hij doet T-shirt aan.
Ils n'ont pas le même goût.Zij hebben niet dezelfde smaak.
Ils/elles doivent mettre des chaussettes?Moeten zij kousen aandoen?
Ils/elles mettent des chaussures.Zij doen schoenen aan.
Isabelle porte toujours un pull.Isabelle draagt altijd een trui.
jaunegeel
Je dois encore faire des courses.Ik moet nog boodschappen doen.
Je dois encore faire quelques courses.Ik moet nog enkele boodschappen doen.
Je dois faire des courses et puis je vais mettre mon uniforme.Ik moet boodschappen doen en dan ga ik mijn uniform aandoen.
Je dois mettre un pull?Moet ik een trui aandoen?
Je mets mon uniforme.Ik doe mijn uniform aan.
Je mets une robe.Ik doe een kleed aan.
La passion de Margot, c'est le scoutisme.De passie van Margot, dat is scouting.
largebreed, ruim
le scoutismede padvinderij, scouting
Les couleurs foncées sont à la mode.De donkere kleuren zijn in de mode.
Les jeunes s'habillent comme les vedettes.De jongeren kleden zich zoals de vedettes
Méméoma
mettreaandoen, opzetten
noir, noirezwart
Nous devons mettre un short?Moeten wij een short aandoen?
Nous mettons une veste.Wij doen een jas aan.
oubliervergeten
passen bijaller avec
porterdragen
pourom te
puisdan, daarna
quelques coursesenkele boodschappen
quelquesenkele
rougerood
Salut Margot, ça va?Hallo Margot, (hoe) gaat het?
des chaussures sans lancetsschoenen zonder veters
s'habillerzich kleden
s'intéresser àzich interesseren voor
sportif, sportivesportief
superbeprachtig
Très bien, merci.Heel goed, dank je/dank u.
Tu dois mettre un costume?Moet gij een kostuum aandoen?
Tu es gentil./Tu es gentille.Dat is vriendelijk van je.
Tu jupe va bien avec ton chemisier.Je rok past goed bij je chemisier.
Tu mets ton bonnet?Zet je je muts op?
Tu mets un jean.Gij doet een jeans aan.
Tu n'oublies pas la réunion?Vergeet de vergadering niet?
un autre sporteen andere sport
un bonneteen muts
un chemisiereen overhemdbloes, een chemisier
un costume blanceen wit pak
un costume noireen zwarte pak
un costume verteen groen pak
un costumeeen pak
un dessineen tekening
un garçon gentilEen vriendelijke jongen.
un garçon sportifeen sportieve jongen
un goûteen smaak
un jeaneen jeansbroek
un jeuneeen jongere
un laceteen veter
un pantalon chiceen deftige broek
un pantalon bleueen blauwe broek
un pantalon griseen grijze broek
un pantalon rougeeen rode broek
un pantaloneen (lange) broek
un pull largeeen ruime trui
un pull légereen lichte trui
un pull superbeeen prachtige trui
un pulleen trui
un short bruneen bruine schort
un shorteen korte broek, short
un T-shirt jauneeen geel T-shirt
un T-shirteen T-shirt
un uniformeeen uniform
un vêtementeen kledingstuk
une autre passioneen andere passie
une basketeen basketbalschoen
une botteeen laars
une chaussetteeen sok
une chaussureeen schoen
une chemise blancheeen wit hemd
une chemise jauneeen geel hemd
une chemise rougeeen rood hemd
une chemiseeen hemd
une couleur foncéeeen donker kleur
une couleureen kleur
une cravate bleueeen blauwe das
une cravateeen das
une dessiineen tekening
une fille gentilleeen vriendelijk meisje
une fille sportiveeen sportief meisje
une jupe noireeen zwarte rok
une jupe superbeeen prachtige rok
une jupeeen rok
une passioneen passie
une réunioneen vergadering
une robe chiceen deftige jurk
une robe largeeen ruime jurk
une robe verteeen groene jurk
une robeeen jurk
une vedetteeen vedette
une vesteeen jasje, een vest
une vitrineeen uitstalraam
uséversleten
vert, vertegroen
Vous devez mettre une chemise?Moeten jullie een hemd aandoen?
Vous mettez un pull.Jullie doen een trui aan.
Become a Friend of Quizlet!

Set Information

Terms 147
Creator nicolas
Created May 15, 2007
Groups None
Subjects None
Access Anyone
Edit Creator Only
Get rid of ads on Quizlet
Pop out

Discuss

No Messages
Last Message: never

You must be logged in to discuss this set.

Top Users

  1. nicolas - 147 scores

Most Missed Words

  1. Elle est gentille. Zij is vriendelijk. - 1 miss
  2. des tennis tennisschoenen - 1 miss
  3. brun, brune bruin - 1 miss
  4. Mémé oma - 1 miss
  5. Elle s'intéresse beaucoup aux vêtements. Zij interesseert zich erg veel voor kleren. - 1 miss
  6. un vêtement een kledingstuk - 1 miss
  7. Elle est sportive. Zij is sportief. - 1 miss