| Term | Definition |
| De godsdienst. Er bestonden vele godsdiensten in het Romeinse Rijk. Want: | (1) Iedere bewoner van het Romeinse Rijk moest de Romeinse goden eren en meedoen in godsdienstige plechtigheden. Dat werd gezien als een bewijs van trouw en gehoorzaamheid aan Rome. (2) Maar de onderworpen volken mochten daarnaast ook hun eigen goden hebben. |
| Het recht. Het Romeins recht heeft grote invloed op het recht in onze tijd in ons land. Dat blijkt uit de kenmerken van de Romeins wetten en de Romeinse rechtspraak. De kenmerken van het Romeins wetten (het recht) zijn: | (1) De rechten en plichten van iedereen moeten in wetten opgeschreven zijn. (2) Alle wetten zijn voor iedereen gelijk. |
| De kenmerken van de Romeinse rechtspraak: | (1) Iemand is onschuldig, tot zijn schuld bewezen is. (2) Iedereen moet zich kunnen verdedigen. (3) Bij twijfel aan schuld moet de verdachte vrijgesproken worden. (4) Rechters moeten onafhankelijk zijn van de regering. (5) Iemand kan alleen gestraft worden voor zijn daden, niet voor zijn denkbeelden. (6) Een daad is pas een misdaad als dat in een wet zo geschreven staat. (7) Één misdaad mag niet twee keer bestraft worden. |
| Het onderwijs. Er waren in het begin geen scholen buiten de steden. Vaders gaven hun kinderen onderwijs. Rijke burgers richtten later voor hun jongens scholen op. Kinderen leerden vooral over de Romeinse deugden: | (1) Vaderlandsliefde en trouw aan Rome (zie bladzijde 83).(2) Dapperheid. (3) Gehoorzaamheid. |
| Onder wie bleven meisjes altijd ondergeschik | Een man. Dat was hun vader of hun echtgenoot. |
| Wat kreeg de man bij de bruiloft | een bruidschat van de ouders van de vrouw. Eerst kon alleen een man een scheiding regelen. Later kon de vrouw dat ook en dan kreeg zij haar bruidschat terug. |
| De taken van de vrouw waren: | (1) Het huishouden doen. (2) Voor de kinderen zorgen. (3) Toezicht houden op de slaven en dienaren, als ze zo rijk was dat ze slaven had. |
| Heeft vrouwen politieke rechten | Vrouwen hadden geen politieke rechten. Hun vrijheid en gelijkheid aan mannen nam in het keizerrijk wel toe.(zie bladzijde 84). |
| De literatuur. De schrijvers werden in het hele Romeinse Rijk gelezen. Zij schreven in welke taal. | In het Latijn |
| Daardoor dat zij schreven in het Latijn | over een groot gebied verspreid werd en daarin tot lang na het einde van het Romeinse Rijk gebruikt werd, op de universiteiten en in de katholieke kerk |
| De bekendste en belangrijkste Romeinse schrijvers waren: | (1) Vergilius, die het epos over Aeneas (zie 70) schreef. (2) Livius, de geschiedschrijver van Rome (zie bladzijde 70). (3)Tacitus, de geschiedschrijver van de veroveringen van Gallië. (4) Plutarchus. (5) Suetonius, die over Caesar en zijn opvolgers schreef. |
| Bouwwerken, beeldende kunsten. Van wie namen de Romeinen de bouwstijl | de Grieken |
| De Romeinen ontwikkelden wel nieuwe bouwtechnieken: | (1) De boog, die zij in aquaducten en bruggen gebruikten. (2) De koepel, het ronde dak . |
| De belangrijke gebouwen van de Romeinen, die je op veel plaatsen tegenkomt zijn: | (1) Theaters. (2) Amfitheaters. (3) Badhuizen (die thermen genoemd werden). (4)Tempels. (5) Paleizen. (6) Gerechtshoven. |
| De beeldhouwkunst van de Romeinen leek ook veel op die van de Grieken. Maar wat gaven de Romeinen | gaven de uitgebeelde personen levensechter weer. |