23 terms

Nederlands

STUDY
PLAY
Bazig
Onderdanig
Arrogant
Sympathiek
Dwars
Meegaand
Moeilijk in de omgang
Makkelijk mee om te gaan
Eigenwijs
Gehoorzaam
Heldhaftig, dapper,moedig
Laf
Zenuwachtig
Ontspannen kalm
Nieuwsgierig
Ongeïnteresseerd
Komt voor zichzelf op
Laat over zich lopen
Vrolijk
Somber
Besluiteloos
Besluitvaardig
Impulsief
Denkt goed na
Geremd
Vrij
Achterdochtig
Goedgelovig
Lomp
Fatsoenlijk
Vijandig
Vriendelijk
Zelfverzekerd
Onzeker
Nuchter
Vindt gevoel heel belangrijk
Roekeloos
Doordacht
Vasthoudend
Geeft snel op
Verstandig
Doet ondoordachte of gevaarlijke dingen
Vol levenslust en optimisme
Geestelijk gebroken
Slim
Dom