44 terms

Maatschappijleer

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Dillema
als het gaat om een lastige keuze uit 2 of meer alternatieven
Rechtsstaat
Stelt de belangrijkste regels vast voor burgers en de overheid.
Parlementaire Democratie
Bevolking van het land wordt vertegenwoordigd door het parlement.
Pluriforme samenleving
Mensen met heel verschillende leefwijze, verschillende normen en waarden en soms van verschillende etnische herkomst in 1 land wonen.
Verzorgingsstaat
overheid zorgt voor burgers.
Maatschappelijk probleem
waar iedereen mee te maken heeft. 1. grote groepen 2. overheid moet zich ermee bemoeien. 3. tegenstellingen.
Compromis
tussenoplossing
Waarde
een uitgangspunt of principe dat mensen belangrijk vinden in hun leven.
Normen
Opvattingen over hoe je je op grond van een bepaalde waarde behoort te gedragen.
Sociale verplichting
Regel die je wordt opgelegd door je omgeving.
Fatsoensnormen
Ongeschreven regels, maar regels die er wel bij horen.
Belang
het voor- of nadeel dat iemand ergens bij heeft.
Macht
het vermogen om het gedrag of het denken van andere sterk te beïnvloeden.
Gezag
Officieel vastgelegd in regels en wetten dat een burgemeester iets niet of wel mag doen.
Machtsmiddel
een middel waarmee je het gedrag van anderen kunt beinvloeden
Sociale cohesie
samenhang tussen mensen in een gemeenschap of samenleving.
Objectief
zeggen iets over de werkelijkheid.
Subjectief
laten alleen zien hoe iemand ergens over denkt.
Hoor en wederhoor
Verschillende betrokkenen zijn gehoord.
Communicatie
Het doorgeven van informatie waarbij altijd sprake is van een zender en een ontvanger.
Communicatieruis
de overdracht van informatie verloopt niet goed.
Manipulatie
feiten worden opzettelijk weggelaten of verdraaid zonder dat de ontvanger dit merkt.
Propaganda
Bewust eenzijdige informatie wordt gegeven met als doel de mening van mensen te beïnvloeden.
Indoctrinatie
Langdurig en systematisch en heel dwingend eenzijdige opvattingen en meningen worden opgedrongen met de bedoeling dat het publiek deze opvattingen kritiekloos accepteert.
Selectieve waarneming
Elke informatie wordt zodanig vervormd dat deze zo veel mogelijk past in ons referentiekader.
Referentiekader
Alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen, waarden en gewoonten.
Stereotype
een vast staand beeld van een groep mensen.
Discriminatie
Iemand mensen van een bepaalde groep anders behandelt op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van belang zijn.
Rechtsnormen
Gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgesteld.














.


Ondernemingsrecht: Alles wat met iemands vermogen te maken heeft en in geld is uit te drukken.
Rechtvaardigheid
eerlijkheid
Rechtsstaat
burgers worden met grondrechten beschermd tegen machtsmisbruik van de overheid.
Absolute monarchie
regeringsvorm waarbij een koning alle macht heeft.
Grondwet
hierin staan grondrechten in en hoe het land geregeerd moet worden.
Belastingplicht
Iedereen met een inkomen betaald belasting.
Leerplicht
Iedereen die nog geen 18 is moet verplicht naar school.
DNA-Plicht
Als je verdacht wordt van een misdaad, ben je verplicht DNA af te geven.
Publiekrecht
De inrichting van de staat en de relatie tussen burgers en overheid.
Staatsrecht
Met alle regels voor de inrichting van de Nederlandse staat.
Bestuursrecht
Centrale verhouding tussen burger en overheid.
Strafrecht
Bestaande uit alle wettelijke strafbepalingen:
Burgerlijkrecht
De betrekking tussen burgers onderling.
Personen- en familierecht
Regelt familiezaken.
Ondernemingsrecht
Bijvoorbeeld een eigen bedrijf oprichten.
Vermogensrecht
Alles wat met iemands vermogen te maken heeft en in geld is uit te drukken.