thema 1 muziek begrippenlijst

STUDY
PLAY
singer-songwriter
iemand die zijn eigen tekst en muziek schrijft, zelf zingt en zichzelf begeleid.
sample
In een computer opgeslagen, digitaal opgenomen muziekfragment, een stukje geluid
riff
basispatroon met een kenmerkend ritme, vaak als intro of repetitief gebruikt.
tessituur
bereik, afstand tussen de hoogste en de laagste toon die men kan zingen of spelen
sopraan
hoge vrouwenstem
mezz-sopraan
middelhoge vrouwenstem
alt
lage vrouwenstem
tenor
hoge mannenstem
bariton
middelhoge mannenstem
bas
lage mannenstem of laagste instrumentale partij
dynamiek
geluidsterkte of intensiteit, wijze waarop met hard en zacht wordt omgegaan, beweging in de muziek.
Pianissimo
zeer zacht
piano
zacht
mezzopiano
gematigd zacht
mezzoforte
gematigd sterk of luid
forte
sterk of luid
fortissimo
zeer sterk of zeer luid
bpm
Beats per minute = aantal tellen per minuut
tempo
snelheid waarmee een muziekstuk wordt of moet worden uitgevoerd.
adagio
zeer langzaam
andante
langzaam
moderato
matig snel
allegro
snel
presto
zeer snel
bezetting
de personen die de partijen spelen of de voorziene stemmen of instrumenten
akkoorden = harmonie
samenklank van 3 of meer tonen = opeenvolging en verbinding van akkoorden, aangenaam klinkende vereniging van tonen, muziekgezelschap.
ritme
opeenvolging van korte en lange tonen.
melodie
opeenvolging van een reeks tonen
tabulatuur
schematische voorstelling van het verloop van de harmonie van een stuk, genoteerd met lettersymbolen
consonant
ontspannende samenklank van tonen, staat tegenover dissonant
dissonant
samenklank die wrijving geeft, staat tegenover consonant
speeltechnieken
techniek om op de juiste wijze instrumenten te bepalen.
legato
gebonden
staccato
techniek waarbij de noten los van elkaar uitgevoerd worden.
arco
speeltechniek met de strijkstok
pizzicato
de snaren worden getokkeld en niet gestreken
glissando
glijdend van de ene toon naar de andere
tutti
met spel of zang van allen tegelijk
con sordino
spelen met demper ( bv. strijker, koperblazers)
cover
nieuwe versie van een door anderen al eerder uitgevoerd liedje
ostinato
terugkerend ritmisch, melodisch of harmonisch motief, vaak onveranderd herhaald.
orff- instrumenten
instrumenten ontworpen door Carl Orff, Duits componist en muziekpedagoog, zoals klokkenspel, xylofoon en metallofoon.
crescendo
luider of sterker worden <
decrescendo
zachter worden. >