How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

Dutch adjectives

Dutch adjectives
STUDY
PLAY
afraid
bang
alive
levend
angry/evil
kwaad
annoyed
geergerd
annoying
vervelend
apart from
afgezien
bad
slecht
beautiful
prachtig
big
groot
boring
vervelend
broken
gebroken
busy
bezig
cheap
goedkoop
light-colored
helder
close
sluit
closed
gesloten
cold
koud
cool
koel
dangerous
gevaarlijke
dark
donker
dead
dood
different
verschillende
done
gedaan
dry
drogen
early
vroeg
easy
gemakkelijk
empty
leeg
excited
opgewonden
exciting
spannend
expensive
duur
fake
nep
false
vals
far
ver
fast
snel
few
weinig
number one
prima
result
eindproduct
first
eerste
flat
plat
free
vrij
full
vol
good
goed
great
geweldig
happy
gelukkig
hard
hard
heavy
zwaar
high
hoog
hot
heet
huge
enorm
interesting
interessant
large
groot
last
laatste
late
laat
light
licht
little
klein
long
lang
low
laag
many
veel
mean
beteken
near
nabij
new
nieuw
next
volgende
nice
leuk
noisy
lawaaierig
old
oud
open
open
poor
arm
pretty
knap
quick
gauw
ready
gereed
really
echt
rich
rijk
right
rechts
sad
triest
safe
veilig
same
zelfde
short
kort
slow
langzaam
small
klein
soft
zacht
special
bijzondere
strange
vreemd
strong
sterk
sure
zeker
surprised
verrast
tall
groot
tiny
klein
tired
vermoeid
together
samen
true
waar
ugly
lelijk
warm
warm
weak
zwak
wet
nat
wrong
verkeerd
young
jong
dry
droog