64 terms

Maatschappijleer

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Maatschappelijk probleem ( 4 Kenmerken )
1. Het is een groot probleem.
2. Er zijn verschillende meningen over.
3. De overheid bemoeit zich ermee.
4. Veel mensen hebben ermee te maken.
Onderzoek van een Maatschappelijk probleem
* Wat is het probleem ?
* Wie hebben ermee te maken ?
* Wat willen ze precies ?
* Wat zijn de achterliggende gedachten ?
* Wat zijn de oorzaken van het probleem ?
* Wat zijn de mogelijk oplossingen ?
Een goeden mening ( 3 dingen )
1. Je moet de feiten kennen
( een feit is iets dat je kan controleren )
2. Verschillende kanten
3. Argumenten
Waarden
De principes of uitgangspunten die je belangrijk vindt in het leven.
Normen
Zijn regels hoe jij en anderen zich moeten gedragen
Geschreven regels
Regels die zo belangrijk zijn dat ze zijn opgeschreven
Fatsoensnormen
Dingen die je als mens wel of niet prettig vindt.
Keuze
Twee of meer dingen naast elkaar zetten en daar een van over laten blijven.
Belangen
Het voordeel dat je ergens van hebt
Belangstelling
Het belang van de een botst met het belang van de ander
Macht
De mogelijk om het gedrag van anderen te beïnvloeden
Machtsmiddelen ( 7 middelen )
* De functie en beroep
* Je speciale kennis en vaardigheden
* Je aanzien of status
* Je overtuigingskracht
* De hoeveelheid geld dat je hebt
* Het aantal mensen dat gezamenlijk iets wil
* Het gebruik van geweld
Aangeboren eigenschappen
Eigenschappen die erfelijk zijn bepaald en die je hebt vanaf je geboorte
Aangeleerde eigenschappen
Alle normen en waarden en gewoonten die je overneemt van je ouders, je leraren en andere volwassenen maar ook van je vrienden
Drie manieren van leren
1. Belonen en straffen
2. Imitatie
3. Informatie
Sancties
Manieren om te laten merken dat je iets goed of fout hebt gedaan
Sociale controle
Wanneer anderen in je omgeving op jou letten en je aansporen of dwingen om
Nature - aanhangers
Vinden dat het gedrag het meest wordt beïnvloed door aangeboren eigenschappen
Nurture- aanhangers
Vinden dat je de belangrijkste eigenschappen aanleert
Invloeden op jouw waarde en normen ( 8 )
* Gezin
* School
* Vrienden
* Sportclub
* Werk
* Geloof
* Massamedia
* Overheid
Internalisatie
Sommige aangeleerde gewoonte, opvattingen normen en waarden zijn automatisch een deel van je gedrag geworden
Identiteit
De persoon die jij bent
Cultuur
Als een groep mensen dezelfde waarden normen en gewoonten heeft
Dominante cultuur
De cultuur van een grote groep mensen
Subculturen in de samenleving ( 2 )
* Jongerencultuur
* Bedrijfscultuur
Welvaart
De mate waarin iemand geld en materialen heeft
Generatieconflict
De situatie waarin de waarden en normen van ouders en ouderen botsen met die van kinderen
Puberteit
De periode tussen kindertijd en volwassenheid
Asociaal gedrag
Gedrag waarbij iemand geen rekening houdt met anderen
Tolerantie
Het accepteren van mensen met andere normen en waarden dan jij hebt
Beeldvorming
Je vormt je een beeld van iets of iemand
Stereotype
Een bepaald beeld dat je van een hele groep mensen hebt
Roldoorbrekend gedrag
Ander gedrag dan je van iemand verwacht
Bindingen
Manieren waarop je verbonden bent met mensen
Verschillende soorten bindingen ( 4 ) q
1. Gevoelsbindingen ( Vriendschap , liefde, steun )
2. Economische bindingen ( Levensonderhoud )
3. Kennisbindingen ( Leren )
4. Politieke bindingen ( Bescherming )
Sociale cohesie
Als mensen het gevoel hebben dat ze bij elkaar horen
Politici
Mensen die van politiek hun beroep hebben gemaakt
Overheid
Alle politici en ambtenaren samen
Ambtenaren
Mensen die werken met de overheid
Algemeen belang
Voor veel mensen belangrijk
* Goed onderwijs
* Veiligheid
* Gezondheid
* Vrede
Bezuinigen
Besluit om minder geld uit te geven
Democratie
Het volk heeft de macht
Referendum ( Voorbeeld van directe democratie )
Een volksstemming over een belangrijk onderwerp
Pressiegroepen
Komen op voor een bepaald onderwerp
Liberalisme ( 2 )
* Economische vrijheid
* Persoonlijke vrijheid
Grondwet
Belangrijkste rechten dat wil zeggen dingen die je mag doen of waar je recht op hebt
Voorbeelden van de grondwet ( 6 )
* Vrijheid van meningsuiting
* Persvrijheid
* Stemrecht
* Recht om een politieke partij op te richten
* Gelijke behandeling
* Recht om niet zomaar opgepakt te worden
Voorbeelden van plichten ( 3 )
( De dingen die je moet doen )
* Belasting betalen
* Leerplicht
* Je ID- bewijs bijdragen
Tras politica
De scheiding van de politieke macht in drie onderdelen
Reschtsstaat
Een land waarin de rechten en de plichten van de mensen door de overheid worden vastgesteld
Staatssecretarissen
Soort onderminister die voor een deel verantwoordelijk is voor het takenpakket van de minister
Miljoenennota
Een overzicht van alle inkomsten en uitgaven die de regering voor dat jaar verwacht
Kenmerken van een multiculturele samenleving ( 4 )
1. Dominante cultuur
2. Etnische groepen
3. Subculturen
4. Godsdiensten
Multicultureel
Meerdere verschillende culturen bij elkaar
Allochtoon
Als jij of ten minste een van van je ouders in het buitenland is opgegroeid
Autochtoon
Iemand die in hetzelfde land als zijn ouders is opgegroeid
Asielzoekers
Mensen die op zoek zijn naar bescherming in een veilig land
Illegalen
Mensen die geen toestemming hebben om in een land te blijven wonen en werken
Segregatie
Een sterke scheiding tussen bevolkingsgroepen
Assimilatie
Je vervangt heel veel van je eigen cultuur door dingen van de dominante cultuur van het land waarin je woont
Intergratie
Nieuwkomers nemen Nederlandse gewoontes over maar behouden ook nog heel veel van hun eigen cultuur
Godsdienstvrijheid
Het recht om te mogen geloven wat je wilt
Communicatie
Het doorgeven van informatie
Medium
Een middel om te kunnen communiceren