41 terms

Nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Veroordelen
Vonnissen
Aanhouden
Arresteren
Kennis van de misdaad
Criminologie
Schuldige
Deliquent
Passend, niet overdreven
Proportioneel
Naamloos
Anoniem
Rechtskundig
Juridisch
Elkaar laten ontmoeten
Confronteren
Opschrijven dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd
Verbaliseren
Oproep om voor de rechter te verschijnen
Dagvaarden
Met een voorbeeld erbij
Aan de hand van een voorbeeld
Op meerdere punten
In verschillende opzichten
Hebben voordeel van
Zijn erbij gebaat
Ordening, logische volgorde
Structuur
Begripsomschrijving
Defenitie
Belangrijkste punt
Hoofdlijnen
Gevolg
Consequenties
Besteden
Wijden
Van alleen de belangrijkste zaken
Globaal
Percentage, gedeelte
Gehalte
Minder belangrijk punt
Details
Wat je hebt verdiend ook zo weer kwijt bent
Zo gewonnen, zo geronnen
Ik zal zoiets niet snel nog een keer doen
Ik heb mijn lesje wel geleerd
Veel kunnen verdragen
Een olifantshuid hebben
Iets gaat heel makkelijk
Een kind kan de was doen
Zeer boos, verontwaardigd
Op hoge poten
Niet al te slim zijn
Geen groot licht
Niet gekomen om de tijd te voldoen
Ik ben hier niet om vliegen te vangen
Dat is iemand waarvan je weet hoe die is
Dat is iemand met een gebruiksaanwijzing
In de war zijn
Van slag zijn
De problemen zijn opgelost
De kou is uit de lucht
Waar je ook bent, thuis voel je je het fijnst
Oost west, thuis best
Niet alles is onmiddellijk klaar, heb geduld
Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd
Voorbijganger of iemand die ergens voor korte tijd verblijft
Passant
Een prestatie leveren om je voor te schamen of een ander ter schande zetten
Blameren
Heftig, stormachtig
Ontstuimig
Oneerlijk doen of knoeien
Sjoemelen
Koppig
Halsstarrig
Jezelf helemaal geweldig vinden of denken dat je zelf helemaal perfect bent
Narcistisch
Indrukwekkend
Impossant
Wereldwijd, over de hele wereld
Modiaal