23 terms

Nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

coderen
in een code omzetten
dresseren
africhten
exposeren
tentoonstellen
infiltreren
stiekem binnen dringen in een organisatie
inventariseren
een lijst maken van spullen of punten
investeren
ergens geld, tijd of energie aan besteden
paraderen
optochthouden
riskeren
gevaarlopen
decennium
periode van 10 jaar
excentriek
apart, buitenissig
figureren
meespelen in een onbelangrijke rol
gecoördineerde
waarbij wordt samengewerkt, gezamenlijk
ingenieuze
vindingrijke, vernufte
lijdzaam
passief, niet optredend, vernuftige
maxtrixbord
elektronisch verkeersbord
locaties
plaatsen
patroon
manier waarop iemand zich gedraagt
private
particuliere, privé (niet van de overheid)
gespecialiseerd
zich erop toegelegd, zich er speciaal mee bezig gehouden
staatssecretaris
lid van de regering dat de ministers onder steunt (onderminister)
impuls
prikkel, oppepper
suggereren
iets laten denken zonder direct te zeggen
zich bezinnen
goed nadenken over