44 terms

frans relations

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

une relation
een relatie
la famille
het gezin
une éducation
een opvoeding
un adolescent
een puber
un aînée
een oudste
un adulte
volwassenen
le cadet
de jongste
amoureux
verliefd
un amour
een liefde
une amitié
een vriendschap
se passionner pour
een passie hebben voor
un bisou
een kus
partager
delen
flirter
flirten
la confiance
het vertrouwen
fidèle
trouw
réciproque
wederzijds
ensemble
samen
recontrer
ontmoeten
faire la connaissance de
kennismaken met
le mariage
de bruiloft
marier
trouwen
un partenaire
een partner
accueillir
ontvangen
plaire
bevallen
s´entendre
het feest
la fête
het feest
gâter
verwennen
une invitation
een uitnodiging
ressembler à
lijken op
une dispute
een ruzie
c´est décidé
het staat vast
se séparer
uit elkaar gaan
abandonner
verlaten
le cimetière
de begraafplaats
consoler
troosten
l´enfance
de kinderjaren
poli
beleefd
humain
menselijk
un mari
een echtgenoot
une épouse
een echtgenote
divorcer
scheiden
les voisins
de buren
un rendez-vous
een afspraak