Nederlands

STUDY
PLAY
Situatiehumor
Vloeit vaak voort uit een samenloop van omstandigheden waarin komische dingen gebeuren
Karakterhumor
De typering van bepaalde personen vb markske
Slapstick
Bv iemand die in het water valt (situatiehumor)
Taalhumor
Ontstaat door grappig taalgebruik
Cynisme
Een houding die voortkomt uit wantrouwen.
Ironie
Tegenovergestelde zeggen van wat je bedoeld
Sarcasme
Bittere en kwetsende spot
Satire
Kritiek op de maatschapij
Zwarte humor
Gebaseerd op het leed van anderen
Acuraat
Nauwkeurig realistisch
Sinister
Duister
Notoire
Beroemd bekend
Luttele
Enkele
Suggestieve vraag
Je leidt de geïnterviewde al naar het antw dat je wil horen
Als vraag
Bepaalde situatie waarop de geïnterviewde moet reageren
Ik vraag
Je verteld over een ervaring in je eigen leven en vraagt of de geïnterviewde deze ook al heeft meegemaakt
Feitenvraag
Je probeert feitelijke gegevens te achterhalen
Of of vraag
Je laat de geïnterviewde kiezen tussen enkele voorbeelden
Confrontatievraag
Je confronteert de geïnterviewde met een tegenstrijd en daagt hem uit hierop te reageren
Ja nee vraag
Enkel kiezen tussen ja of neen
Directieve interview
Je houd de teugels kort. Je zoekt naar bepaalde informatie
Non directief interview
De geïnterviewde krijgt veel ruimte je stuurt enkel het gesprek. Je zoekt naar een opinie emotie motivatie...
Parafraseren
Je omschrijft met eigen woorden wat de geïnterviewde heeft gezegd
Samenvatten
Je vat samen wat de geïnterviewde zei in eigen woorden of sleutelwoorden
Ordenen
Je structureert het chaotische verhaal van je gesprekspartner
Onderbreken
Je onderbreekt als je gesprekspartner te ver afwijkt van het onderwerp
Aanmoedigen
Kleine woordjes als o ja? En? ...
Vragen om verduidelijking
Je vraagt om meer uitleg als iets niet duidelijk is
Zakelijk aspect
Feitelijke informatie die gegeven wordt
Expressieve aspect
De boodschap die je als zender geeft
Appellerende aspect
Het doel dat je met je boodschap wil bereiken
Relationele aspect
Onder even of bovengeschikt
Accentuerende functie
Je tikt met je vinger op de bank terwijl je kortaf zegt : ''nu!''
Emotionele functie
Troostend een arm om iemands schouders
Feedbackfunctie
Je reageert op wat iemand je zegt door bedenkelijk nee te schudden
Herhalingsfunctie
Je zegt: ''kom maar'' en wenkt met je hand
Regulerende functie
Je legt je vinger op je mond om iemand stil te doen zijn
Relationele functie
Als je iemand knuffelt of enkel toeknikt zegt dit iets over je machtsrelatie
Tegenstrijdige functie
Je zegt dat iets lekker is maar je gezicht drukt walging uit
Vervangingsfunctie
Je blaast op de vraag of het een moeilijk examen was
Stempos
Voicemail
Broekiekouse
Panty
Verkleurmanetjie
Kamelion
Vingerete
Koud buffet
Gemorskos
Junkfood
Oorpak
Overall
Kroostrooster
Babysit
Rimpelstryck
Facelift
Winkeltande
Kunstgebit
Saamryclub
Carpooling
Langnekkameel
Giraf
Hysbak
Lift
Ontkleevertoning
Striptease
Laatlametjie
Jongste wat later geboren kind
Naweekplasie
Weekendhuisje
Electoraal
Wat betrekking heeft op de verkiezingen
Lijstduwer
Stemmentrekker die op de laatste plaats van de kieslijst wordt gezet
Kiesdrempel
De eis om een bepaald aantal stemmen om zetels te bemachtigen
Ministeriabel
Geschikt om een ministerambt te bekleden
Fractie
Groep vertegenwoordigers van een politieke partij in de kamer
Coalitie
Verbond tussen meerdere partijen
Kopstem
Stem die wordt uitgebracht op de lijst in het algemeen
Vlottende kiezer
Een kiezer die geregeld op een andere partij stemt
Informateur
Politicus die in opdracht van de koning de mogelijkheden onderzoekt tot de vorming van een kabinet
Kabinet
Medewerkers van de minister
Lijsttrekker
Eerste kandidaat op de kieslijst
Kartel
Tijdelijk verbond tussen twee partijen om de onderlinge concurrentie te verminderen
Tripartite
Driepartijenregering
Communautair
Wat betrekking heeft op de gemeenschappen
Zwevende kiezer
Kiezer die onbeslist blijft tot het laatste moment
Formateur
De samensteller van het kabinet
Informeren
Je wil dat de ontvanger iets weet
Instrueren
Je wil dat de ontvanger iets kan
Overtuigen
Je wil dat de ontvanger iets gelooft
Activeren
Je wil dat de ontvanger iets doet
Diverteren
Je wil dat de ontvanger zich vermaakt
Emotioneren
Je wil dat de ontvanger iets voelt