14 terms

nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

chronologisch.
op volgorde van tijd
niet-chronologisch.
als er heen en weer word gesprongen in de tijd
ab ovo.
als een verhaal begint aan het begin van de gebeurtenissen
in medias res.
als een verhaal middenin de gebeurtenissen begint
post rem.
als een verhaal begint aan het eind van de gebeurtenissen
tijdverdichting.
veel tijd in weinig woorden
tijdvertraging.
weinig tijd in veel woorden
Enkelvoudig perspectief
als de lezer het verhaal ziet door de ogen van één personage
Meervoudig perspectief
als de lezer het verhaal ziet door de ogen van meerdere personages
thema
boodschap van een verhaal samengevat in een zin
ruimte
de plek waar het verhaal zich afspeelt en in welke tijd
De ik-verteller
de persoon speelt zelf een rol in het verhaal
de auctoriale verteller
vertelt een verhaal waar hij zelf geen rol in speelt
De personale verteller
je merkt niet dat het verhaal vertelt wordt door een verteller