70 terms

literatuur van de oudheid partim grieks samenvatting p1-10

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Late bronstijd
Mykeense of Achaïsche beschaving
1450-1200 v.C.
Tabletten beschreven met lineair B
Bureaucratische samenleving en piramidale structuur
Expedities naar en contacten met Klein Azië
Dark Ages
1200-750 v.C.
Start met de inval van de Doriërs
Duister:
- Niet veel informatie erover
- Culturele achteruitgang
Overgang naar stadsstaten
Archaïsche periode
Invoering van het nieuwe schrift
Kolonisaties (rond 7e E)
Opkomst van de middenklasse
Aristocratische oligarchie of tirannie
Mondelinge verteltraditie
Ilias en Odyssee gaan terug op een eeuwenlange mondelinge traditie
Aoidoi
Professionele zangers, barden in de prehomerische tijd; vroeg narratieve zangen gezongen over helden en goden, half improviserend: de bard is niet gebonden aan een vaste tekst, hij kan terugvallen op een aantal zaken, er is zo ongeveer een vast thema, motief (topos) en vormelijk is er een bepaald metrum (mnemotechnisch)
Homerische kwestie
Men weet eigenlijk niet of Homeros echt bestaan heeft, misschien is hij een synthese van een verschillend aantal personen, er is eveneens onzekerheid over wie al dan niet zowel Ilias als Odyssee heeft geschreven, ze kunnen wel niet los van elkaar worden gezien. Men stelt ook de vraag wanneer, hoe en wie.
Rapsoden
Wanneer de zangers niet meer improviseren maar reciteren, bv de zogenaamde homeriden, zij die Homeros reciteren
Behandelde stof in de epische cyclus
Er werden verschillende stoffen behandeld:
- Thebaanse cyclus: onder andere Oidipous
- Trojaanse cyclus: Kleine Ilias, inname van Troje
- Titanomachie
- Sagen rond Herakles
Veel tragici baseren zich op de stof uit de epen
Homerische epen
Epen die qua stof gaan over de Trojaanse cyclus, over een oorlog in de Achaïsche periode (13e E v.C.). Qua structuur en thematiek is het toch origineel. Er wordt een korte episode beschreven met een centraal thema en narratieve procedés als flashbacks, anticipaties,herhalingen en recapitulaties. Ze zijn geschreven in een soort epische kunsttaal.
Epische kunsttaal
De taal die Homeros gebruikt in zijn epen, gebaseerd op Ionisch, maar met tal van eolismen en atticismen.
Dactylische hexameter
Metrum dat bestaat uit een opeenvolging van korte en lange elementen
Stijlkenmerken uit Ilias en Odyssee
Epitheta, patroniemen, wederkerende formules, homerische vergelijkingen
Inhoudelijke kenmerken uit ilias en odyssee
Versmelting van het goddelijke en het menselijke plan: de homerische godenwereld is zeer antropomorf en bovendien zeer ironiserend in zekere mate. Het godenapparaat dient vaak om het gezwoeg van de mensen te relativeren. Er is wel geen duidelijke theologie, want de relatie tussen Zeus en de Moira is bijvoorbeeld niet duidelijk
Hymnen van homeros
Homeros heeft ook een collectie van hymnen geschreven, opgesteld in hexameters en in een ionisch-episch accent, maar qua thematiek zoals Hesiodos. De hymnen zijn zeer divers qua lengte. De oorspronkelijke functie was dubbel: rol in de cultus van de bezongen goden en ook als pro-oimia, voorzangen voor de rapsoden. Er is ook een vast standaardschema:
- Aanroeping van de godheid met epitheta
- Vermelding van de afkomst , genos
- Weldaden van de godheid , praxeis met eventueel uitgebreide mythologische vertelling
- Afsluitend gebed
Argonautika
Apollonius van Rhodos
3e E v.C.
Belangrijk epos uit de hellenistische tijd
Verhaal over Jasoon en de argonauten + gulden vlies
Kikkermuizenoorlog
Batracho muo machia : Iliasparodie; verhaal in naam van kikkers
Late hellenistische tijd
Hesiodos
Eigenlijk de eerste echte auteur
Begin 7e E v.C.
Andere wereld dan bij Homeros, ander geografisch milieu en ander sociaal milieu
Leerdicht
- formeel: hexameters, ionisch epische taal + eveneens elegisch distichon
- inhoud: compleet anders dan epos
- doel: didactisch, met enkele subsoorten:
* theologisch (theogonie)
* praktisch didactisch
* filosofisch en wetenschappelijk
= didactisch epos of didactische elegie
Theogonie
Ordening aanbrengen in de godenwereld en in de kosmos
Genesis: kosmische elementen komen voort uit Gaia, Chaos en Eroos, vermengd met Ouranous, Kronos, Zeus, de hele theogonie is een soort eerbetoon aan Zeus
Hesiodos baseert zich op verschillende heterogene bronnen, maar eveneens op zijn eigen creativiteit
Erga kai hemera
Werken en dagen
Werk van Hesiodos
Behoort tot de wijsheidsliteratuur
Opbouw:
- Aanroeping van de goden
- Twee centrale motieven
o Aansporingen tot zijn broer Perses om het conflict goed te maken omtrent de erfenis
o Raadgevingen aan zijn broer
- Geconfronteerd met het harde leven van de lagere klassen
- Hoofdtoon is zwaarmoedig en pessimistisch: Prometheus, Pandora, 5 degenererende geslachten
Orfische gedichten
Hymnen, epos, wetenschappelijk leerdicht en theologisch leerdicht, aan Orfeus toegeschreven (keizertijd)
Orale voorgeschiedenis van de Archaïsche lyrische poëzie
Vanaf de 7e E werd die levende mondelinge traditie omgezet tot een literaire kunstvorm en schriftelijk geconcipieerd, voor mondelinge voordracht bedoeld
Lyriek
Verzamelnaam voor alle niet hexametrische of niet dramatische poëzie, veel heterogener dan de epos en de leerdicht:
- Taal: ionisch, eolisch, dorisch
- Metrum: stichische of strofische verzen
- Inhoud: van zeer persoonlijk tot algemeen filosofisch, van erotisch tot moraliserend/didactisch
- Wijze van voordracht: gereciteerd of gezongen, evt. met begeleiding van lyra en aulos
- Aantal uitvoerders: solo of koor
- Functie: uitvoeringsomstandigheden en publiek
Term: lyriek: gezongen poëzie
Subgenres: gesproken en gezongen lyriek
Overlevering: weinig over, Pindaros en Theognis het meest
Iambografie
Genre van gesproken lyriek, met als metrum de iambische trimeter of de trocheïsche tetrameter; belangrijk persoon is Archilogos van Paros
Iambische trimeter
x-v-/x-v-/x-v-:
x= lang of kort
-= lang
v= kort
Een iambe is zo opgebouwd
Hinkiambe
Idem als iambe maar op einde een trochee: hinkjambe, choliambe
Trocheïsche tetrameter
-v-v/-v-v/-v-v/-v-; laatste voet is onvolledig
Psogos
Scheldtirade, berisping: mensen publiekelijk belachelijk maken, direct,agressief, scherp en persoonlijke spot, deze lijn wordt verdergezet in de komedie
Archilogos van Paros
7e E v.C.
Grondlegger van de iambografie
Schreef ars poetica
Schreef Keulse Epode, maar weinig bewaard
Elegie
Genre van gesproken lyriek, met elegisch distichon, (dit is een dactylische hexameter en een dactylische pentameter) als versmetrum; het is geschreven in een ionisch episch dialect;
Er bestaan verschillende soorten:
- Krijgselegie
- Sentimentele elegie
o Mimnermos van Kolofoon
- Politieke elegie
o Soloon
- Moraliserende elegie
o Theognis van Megara
- Wijsgerige elegie
o Xenofanes van Kolofoon
Mimnermos van Kolofoon
Late 7e E v.C.
Bekendste archaïsche vertegenwoordiger
Theognis van Megara
7e of 6e E
Schreef veel van zijn gedichten in moraliserende of didactische inslag
Corpus Theognideum= verzameling overgeleverd met 1400 verzen met elegieën van zeer diverse inhoud en omvang, met zeker pessimisme
Xenofanes van Kolofoon
Als filosofisch leerdicht in elegische verzen
6e - begin 5e E
Schreef in disticha en hexameters
Kritiek op de antropomorfe goden
Sitz im Leben
Epigram
Nauw verbonden met elegisch distichon
Aanvankelijk letterlijk een opschrift/inscriptie + niet voor performance bedoeld
Oorspronkelijk in hexameters maar vanaf de 6e E werd het elegisch distichon de standaard
Vanaf klassieke tijd schreef men ook fictieve epigrammen, waardoor het een literair karakter kreeg
Grote bloei vanaf de hellenistische tijd
Monodische lyriek
Genre van gezongen lyriek, aangelegenheid voor een besloten sfeer
De zanger begeleidde zich met een lier, het instrument speelde gewoon de melodie mee
Gebruik van eigen metrum en eigen dialect
Inhoud: niet uiterst persoonlijk, want IK= persoon, poëtische ik en verwoording van de opvattingen van de groep waartoe men hoort
Belangrijk voorbeeld:
- Sapfo van Lesbos
- Anakreoon van Teos
Sapfo van Lesbos
7e-6e E v.C.
Eerste vrouwelijke dichter
Weinig overgeleverd
Sapfische strofe: 3 lange verzen en 1 kort
Dialect: Lesbisch + eolisch
Thema: liefde en passionele gevoelens, vooral voor meisjes
Sapfo wordt de 10e muze genoemd
Anakreoon van Teos
6e E v.C.
Thema: Wein, Weib und Gesang
Vorm: iamben en elegieën
Veel navolging in Anacreontea: verzameling van 60 gedichten, bewaard in de Anthologica Palatina
Koorlyriek
De muziek en choreografie hiervan is volledig verdwenen, het moet een totaalspektakel geweest zijn met woord dans en muziek, met de aulos (luide instrumenten)
- Waar: Oorspronkelijk in Dorische gebieden
- Metrum: correspondeerde met de choreografie, was erg ingewikkeld, en uniek voor iedere koorzang
- Triade: Vaak vast stramien:
o Strofe
o Antistrofe
o Epode
- Wanneer: Uitgevoerd tijdens religieuze festivals, politieke evenementen en na sportieve overwinningen
- Soorten: hymne, paian, dithyrambe, enkomion, epinikion, threnos, hymenaios
- Vertegenwoordigers: Pindaros van Thebe
Pindaros
Wanneer: 6e E - 5e E v.C.
Wat: 4 boeken epinikia bewaard: zangen voor de overwinnaars op de 4 heilige spelen
Taal: moeilijk maar zeer uitdagend, beeldspraak, gnomen, ...
Inhoud: duister met talrijke mythologische en historische allusies
Klassieke periode
Begint met de Perzische oorlogen (490-479), Grieken versloegen de Perzen
De daaropvolgende periode = pentekontaetie: interbellum waarin de basis wordt gelegd voor een enorme politieke en culturele bloei
Democratie van Athene is gebaseerd op de principes van de isonomia (iedereen gelijk voor de wet) en de isegorie (iedereen recht van spreken in de volksvergadering)
Peloponnesische oorlog (431-400) afwisseling van oorlog en wapenstilstand, reeds in het begin stierf Perikles => 404: Sparta wint, democratie wordt oligarchie
Athene culturele omwenteling, sofisten, Socrates, ...
Het theater
Tragedie en komedie: bedoeld voor opvoering
3 soorten:
- Thorikos: oosten van Attika; vorm aangepast aan het terrein en de speelruimte niet rond; centraal wel een orchestra
- Dionusostheater van Athene: zuidflank van de Akropolis, stenen theater pas vanaf de 4e E v.C.
- Epidauros (Argolis): uit de 4e E, best bewaard, canonieke klassieke vorm
Tragedie
Origineelst en meest aangrijpende genre van de Griekse literatuur. Het is een uniek concept zonder parallellen in andere oude of moderne orale culturen, en het kan nog steeds zijn originele functie vervullen, met gelijkaardige effecten
- Oorsprong: cultus voor Dionusos; dithyramben
- Koorleider wordt een eerste acteur: hypokrites: antwoorder ~ Thespis
- Naam: trag-odia: bokkenzang, link met Dionusos
- Begin van de 5e E v.C. evolutie van ritueel naar individueel drama: Aischulos: tragedie krijgt haar definitieve vorm
- Geen literatuur voor lezers, maar performance voor de polis
o Open lucht: grote Dionuusia
o Tragediewedstrijden
o Onderdeel van een ruimer mts politiek religieus geheel, een polisgebeuren
o Kosten werden gedekt door choregie, speciale belasting + speciale theaterkas: theorikon
o Groot publiek
- Verschillen met theater nu:
o Open lucht, overdag
o 3 sprekende acteurs: Aischulos heeft de tweede ingevoerd en Sofokles de derde
o Koor: belangrijke rol maar moeilijk interpreteerbaar + dramatische functie
o Mannen alleen met maskers
o Deus ex machina, goddelijke interventie om een situatie recht te zetten
o Tragici: auteur, dichter, regisseur, choreograaf en componist, soms acteur
- De werking van de tragedie komt tot stand zonder opvoering en acteurs? Citaat van Aristoteles zie verder
- De drie grote tragici
- De rest
Dithyramben
Koorzangen voor Dionusos
Citaat van Aristoteles
1. Alle literatuur is mimesis, uitbeelding van een mogelijke wereld (niets te maken met performance)
2. Door mensen die handelen en niet door een soort vertellling: 'droontoon' waarvan drama is afgeleid; het feit dat de handeling wordt uitgebeeld; niet zozeer de performance; geen expliciete sturing door de verteller
3. De inhoud is een ernstige handeling die vrees (fobos) en medelijden (eleos) oproept: conflictsituatie waarbij de mens met de goden, zijn noodlot, zichzelf of de andere mensen in conflict komt en waarbij hij botst op zijn eigen grenzen
a. Hamartia: fout/vergissing/schuld
b. Pathos: lijden/pijn -> medelijden/angst -> genot, hedone
c. Anagnorismos: herkenning
d. Peripeteia: ommekeer; van geluk naar ongeluk
4. Katharsis wordt bewerkstelligd: reiniging, loutering, zuivering; term wordt niet verder uitgelegd, maakt alles nog twijfelachtig
5. Verfraaide taal in onderscheiden delen: gaat over formele kenmerken van de tragedie: standaardstructuur:
a. Prologos: proloog
b. Parodos: opkomst van het koor en eerste koorzang
c. Epeisodia: acten, bedrijven, acteursgedeelten
d. Stasima: koorzangen soms in beurt zang met de acteurs: kommos
e. Exodos: slotgedeelte
6. Inhoud: traditionele mythologische stof;
o Het publiek kent meestal al de afloop van het verhaal
o Origineel zijn in het plot
o Oorspronkelijk trilogieën bv Oresteia van Aischulos
o Eropvolgend was een saterspel, burleske, tragedie met happy end bv Kukloop van Euripides
o Samen = tetralogie
Drie grote tragici
Aischulos, Sofokles en Euripides
Aischulos
6e E v.C.
Streed mee in Salamis en Marathoon
7 tragedies over: Agamemnoon uit de Oresteia trilogie, enz
Taal is plechtig en beeldrijk; vooral moeilijk in de koorgedeelten
Sofokles
5e E v.C.
Erg actief in Athene + belangrijke administratieve en militaire functies
7 tragedies over: Antigone, Elektra, Oidipous, ...
Euripides
5e E v.C.
17 tragedies en 1 saterspel over: Medeia, Ifigeneia in Aulis, ... + Kukloop
Mens en intermenselijk conflict staat centraal
Werken beïnvloed door de retoriek en het sofistisch denken
De overige tragedies
Tragici minores: fragmenten bewaard
Vanaf 4e E begon men de oudere stukken te hernemen, waren toen al klassiek
Uit hellenisme 1 tragedie bewaard: Alexandra
Komedie
Keerzijde van de tragedie
Opvoeringwijze en formele kenmerken = die van tragedie
Inhoud en toon = compleet anders
- Oorsprong en ontwikkeling:
o Voorloper = fallische gezangen
o Komedie komt van komos: wilde feeststoet
o Centrale rol van het koor, met kostuums
o Inhoudelijke en metrische voorloper = archaïsche iambografie
o Politieke overheid: belangrijke rol
o Dorisch gebied: traditie van komisch toneel, zonder koor, met fluaken (brutale kluchten) of mime, straattoneel
- Vorm en opvoeringpraktijk
o Opvoeringen in wedstrijdverband, onderdeel van de festivals
o Aantal acteurs beperkt maar zonder de regel van 3, koor uit 24 leden
o Taal: Attisch dat sterk aanleunde bij de Atheense spreektaal
o Variërend metrum: iambische trimeters of trocheïsche tetrameters
o Structuur is +/- gelijk aan die van tragedie behalve PARABASIS: koor zet zich af tegen het publiek, ze zetten de maskers af
- Al lachend zegt de zot de waarheid
o Moraliserende didactische functie van de komedie
o Er is een boodschap: rechtstreeks of onrechtstreeks
o Middelen:
Fantasierijke plot
Rechtstreekse persoonlijke aanvallen
Scabreuze en scatologische grappen
Groteske ensceneringen
Woordspelingen
Parodie van mythen en tragedies
- Aristofanes
- Van de oude naar de nieuwe komedie
o Oude komedie: 5e E v.C. openlijke politieke en maatschappijkritiek
o Midden komedie: 4e E v.C.: psychologische aspect duikt op, parabasis verdwijnt, politiek en actualiteit nauwelijks een rol
o Nieuwe komedie: 4e en 3e E v.C. tendens naar de realistische situation comedy (sitcom) bv Menandros; burgerlijk moraliserend, happy end, liefde als centraal thema
Aristofanes
De enige comicus van wie we stukken bewaard hebben
5e E v.C.
Kleine generatie jonger dan Euripides
Was satirisch t.o.v. zijn tijd
11 komedies bewaard: bv wolken, wespen, kikkers, ...
Historiografie
Geschiedschrijving: drie periodes: klassieke periode, hellenisme, keizertijd
Historiografie in de klassieke periode
1. Epos: functie was herinnering aan de grote helden en gebeurtenissen van uit het verleden
2. 6e E v.C. logografen: in ionische gebied, proza om feiten, gebeurtenissen en data vast te leggen, eerder als soort archivarissen
3. Klassieke tijd: niet alleen beschrijven maar ook verklaren van de gebeurtenissen uit het verleden
4. Herodotos en Thoukudides zijn de grondleggers
Herodotos van Halikarnassos
5e E v.C.
Klein Azië, ionisch
Verbleef een tijdje in Athene
Schreef 'Historiën'(later gegevn titel) en wil een onderzoek doen naar het verleden, informatie eruit, hij baseerde zich op eigen waarnemingen en ook op bronnen ( niet vermelde mondelinge bronnen)
Het centraal onderwerp is het conflict tussen West en Oost, Grieken en Barbaren, Perzen: hij probeert objectief te blijven
Stijl: die van de verteller, losse structuur + spreektalige zinsbouw
Tragische geschiedenisopvatting: hij beschouwt en interpreteert de gebeurtenissen vanuit een religieus moreel standpunt, bestraffing van de hubris is één van de centrale motieven, hij maakt ook nog gebruik van de mythologische verhalen
Thoukudides van Athene
5e E v.C.
Athene
Grootste historicus van de Oudheid voor velen
Militaire carrière in de Peloponnesische oorlog
Historiai (later gegeven titel) over de Peloponnesische oorlog, hij kon zijn plan wel niet voltooien, zijn werk is gedeeltelijk geschreven tijdens de oorlog maar ook een deel erna
Stilistisch en inhoudelijk grensverleggend: eerste wetenschappelijke kritische historicus die objectief te werk gaat, systematisch en chronologisch, zijn stijl is zeer bestudeerd en vaak moeilijk
Hij wil niet doen zoals zijn voorgangers (logografen, ...) en wil een degelijk onderzoek doen over de feiten, geen fabels e.d. vertellen en een duidelijk beeld geven van het verleden
Xenofoon van Athene
5e - 4e E v.C.
Sequel schrijver
Hij begint met: "en daarna"
Historiografie in het hellenisme
Geen volledige werken bewaard
Twee soorten:
- Echte geschiedschrijvers: relaas over gebeurtenissen uit het verleden: wetenschappelijk à la Thoukudides of ontspannend gerichte productie à la Herodotos
- Verwante genres zoals biografieën, etnografieën, reisliteratuur en utopieën
Echte geschiedschrijving in het hellenisme
Lokale geschiedenis, kronieken, stichtingsverhalen
Geschiedenis van de Alexanders veroveringen => Alexanderroman
Geschiedenis van de diadochentijd: periode na Alexandros' dood
Universele geschiedenis: Polubios van Megalopolis: politieke en militaire geschiedenis
Het belang van het lot wordt steeds belangrijker in de hellenistische geschiedschrijving
Geschiedschrijving en retoriek staan nauw bijeen
Polubios van Megalopolis
3e - 2e E v.C.
Krijgsgevangene in Rome, beschouwde Rome als eindpunt van de wereldgeschiedenis
Verwante genres in het hellenisme
Geografie en reisverhalen
Etnografie
Utopieën: vermengen met eigen fantasie
Historiografie in de keizertijd
De historiografie richt zich meer en meer op de universele geschiedenis, die uitmondt in het Romeinse Rijk
Inhoud en stijl zijn sterk retorisch geladen
Twee soorten:
- Echte geschiedschrijving
- Verwante genres
Echte geschiedschrijving in de keizertijd
Flavius Iosefos
Cassius Dio Cocceianus
Flavius Iosefos
Griekse jood die schrijft in Rome
1e E n.C.
Belangrijke historicus voor de joodse literatuur: diachroon en synchroon + apologetische werken
Cassius Dio Cocceianus
2e - 3e E n .C.
Hoge politieke functionaris in het keizerrijk
Belangrijke Griekse historiograaf
Schreef 'Romeinse geschiedenis'
Verwante genres in de keizertijd
Geografie, reisgidsen, ...
Ploutarchos van Chaironeia
1e - 2e E n.C.
Zeer productief en goed bewaard
Filosoof en historicus
Moraalfilosofische en literairtheoretische, retorische en andere geschriften + PARALLELLE LEVENS: 23 dubbelbiografieën waarbij een Griek wordt vergeleken met een Romein: bv Alexander met Caesar
Pausanias de periëgeet
2e E n.C.
Schreef een zeer betrouwbare reisgids met tal van historische, folkloristische en mythologische wetenswaardigheden
Van belang voor archeologen
Retoriek
De kunst van het overtuigen, ze wordt fundament van de intellectuele cultuur en literatuur
Oorspronkelijk: Welsprekendheid is zeker even oud als de Griekse literatuur zelf: het was een kwestie van talent, aanleg, natuurlijke kunst en imitatie van goede sprekers.
Vanaf de 5e E v.C.: theoretisch reflecteren over de kunst van het spreken, bestuderen, beschrijven en systematiseren => retoriek wordt een te leren discipline; de spontaniteit verdween zo
Welsprekendheid
Oorspronkelijk voornamelijk gericht op de voordracht van de gememoriseerde redevoering
Logograaf
Retor die een tekst schrijft in opdracht van anderen; functie was nog steeds gedeclameerd worden