literatuur van de oudheid partim grieks samenvatting p1-10

Terms in this set (70)

Keerzijde van de tragedie
Opvoeringwijze en formele kenmerken = die van tragedie
Inhoud en toon = compleet anders
- Oorsprong en ontwikkeling:
o Voorloper = fallische gezangen
o Komedie komt van komos: wilde feeststoet
o Centrale rol van het koor, met kostuums
o Inhoudelijke en metrische voorloper = archaïsche iambografie
o Politieke overheid: belangrijke rol
o Dorisch gebied: traditie van komisch toneel, zonder koor, met fluaken (brutale kluchten) of mime, straattoneel
- Vorm en opvoeringpraktijk
o Opvoeringen in wedstrijdverband, onderdeel van de festivals
o Aantal acteurs beperkt maar zonder de regel van 3, koor uit 24 leden
o Taal: Attisch dat sterk aanleunde bij de Atheense spreektaal
o Variërend metrum: iambische trimeters of trocheïsche tetrameters
o Structuur is +/- gelijk aan die van tragedie behalve PARABASIS: koor zet zich af tegen het publiek, ze zetten de maskers af
- Al lachend zegt de zot de waarheid
o Moraliserende didactische functie van de komedie
o Er is een boodschap: rechtstreeks of onrechtstreeks
o Middelen:
Fantasierijke plot
Rechtstreekse persoonlijke aanvallen
Scabreuze en scatologische grappen
Groteske ensceneringen
Woordspelingen
Parodie van mythen en tragedies
- Aristofanes
- Van de oude naar de nieuwe komedie
o Oude komedie: 5e E v.C. openlijke politieke en maatschappijkritiek
o Midden komedie: 4e E v.C.: psychologische aspect duikt op, parabasis verdwijnt, politiek en actualiteit nauwelijks een rol
o Nieuwe komedie: 4e en 3e E v.C. tendens naar de realistische situation comedy (sitcom) bv Menandros; burgerlijk moraliserend, happy end, liefde als centraal thema
;