40 terms

muziek eindtoets

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Toonduur
Hoeveel tellen een noot duurt (notenwaarde).
Ritme
Verschillende toonduur achter elkaar op een toonhoogte. Wordt gespeeld op percussie instrumenten, kan ook klappen.
Ritmisch Motief
Een kort ritme, kun je herhalen.
Ritmisch ostinato
Vaak herhalen van een ritmisch motief.
Punt achter een noot
Dan wordt die noot verlengt met de helft van de notenwaarde van die noot.
Verbindingsboog
Dat voegt 2 notenwaarden samen.
Puls
Maat van de muziek, bijv. 4 tellen in de maat.
Toonhoogte
Hoogte van de toon en de plek van de toon in de notenbalk.
Melodie
Dat kun je zingen of spelen op instrumenten die toonhoogte kunnen spelen. Melodie heeft verschillende toonhoogtes.
Melodisch Motief
Een korte melodie. Is vaak een bouwsteen van een muziekstuk of lied. Kenmerk is het verschil in toonhoogte.
Melodisch ostinato
Vaak herhalen van melodisch motief
Notenbalk
Bestaat uit 5 horizontale lijnen. Noten staan boven of onder in notenbalk. Plek bepaalt of de toon hoog of laag is.
G sleutel
De sleutel begint vanuit toon G, geeft aan waar de g zit.
Maat
Ruimte tussen de 2 maatstrepen.
Maatcijfer
Cijfer linksboven de maat dat aangeeft welke maat het is.
Maatsoort
Voor aan de notenbalk. Geeft aan hoeveel tellen in een maat mogen. Bijv. 4-kwarts maat.
Hulplijntjes
Noten boven of onder de notenbalk krijgen hulplijntjes.
Herhalingsteken
Muziek tussen de tekens wordt herhaald.
Slotstreep
Dan is het muziekstuk afgelopen.
Componeren
Het bedenken of ontwerpen van muziek.
Musiceren
Spelen en/of zingen van muziekstukken en liedjes.
Variatie
Een motief wordt in een muziekstuk soms herhaald. Als er iets verandert is het een variatie. (wordt variëren genoemd) Moet wel herkenbaar zijn.
Variatie in toonduur
Bij het herhalen iets veranderen aan het ritme (toonduur).
Variatie in toonhoogte
Bij het herhalen iets veranderen aan de melodie (toonhoogte).
Variatie in lengte
Bij het herhalen iets veranderen aan het motief, langer of korter maken. (motief is een deel van het muziekstuk, bijv. een paar maten)
Voortekens
Staan voor tonen, kunnen die toon hoger of lager maken. Je speelt dan de zwarte toets.
Kruis
F met kruis wordt Fis. De Fis klinkt een halve toon hoger dan de toon F. Je speelt de zwarte toets rechts van die toon.
Mol
B met mol wordt Bes. De Bes klinkt een halve toon lager dan de toon B. Je speelt de zwarte toets links van die basistoon.
Herstellingsteken
Dat maakt een voorteken ongedaan.
Toonsterkte
Hoe hard/zacht je een toon speelt of hoe hard/zacht een muziekstuk klinkt.
Klankkleur
Geluid van een instrument. (viool heeft een andere dan de basgitaar).
Vorm
Dat is de indeling van een muziekstuk/liedje. Het wordt aangegeven met vormonderdelen en/of vormletters. Een instrumentaal muziekstuk is ingedeeld in melodieën en dat is weer ingedeeld in motieven. Een liedje is ingedeeld in coupletten en refreinen.
Intro
Korte begin van een liedje of muziekstuk.
Couplet
Daarin wordt een deel van het verhaal gezongen. De begeleidende muziek gaat naar de achtergrond. Een couplet wordt opgevolgd door een couplet/refrein/instrumentaal tussenspel. Komt 3 tot 6 keer voor.
Refrein
Daarin wordt de kern van het verhaal samengevat. De begeleidende muziek komt naar voren en in zang en instrumenten zijn er meer hoge tonen. Komt tussen de 4 en 6 keer voor. Het kan worden opgevolgd door een refrein, couplet, bridge, instrumentaal tussenspel of coda.
Instrumentaal tussenspel
Het kan dienen als overgang tussen couplet en refrein of andersom. Soms lijkt het op de muziek van het intro. Er is dan soms een solo.
Bridge
Het herken je doordat de muziek en tekst heel anders zijn dan de rest van het liedje. Het kan dienen als tussenspel of overgang tussen couplet en refrein of andersom.
Coda
Het is het staartje. Het tegenovergestelde van de intro, bedoeld om te laten horen dat het eind eraan komt. Het heeft meestal iets nieuws, maar kan lijken op de rest van het liedje.
Vormletters
De indeling van melodieën en motieven laat je zien met vormletters, dat zijn hoofdletters of kleine letters. A. is de eerste langere melodie. Als je dat kunt verdelen in 2 motieven die compleet verschillend zijn noem je dat a en b.
Voorzin/Nazin
Als je een lange melodie kunt verdelen in 2 motieven is het meestal een melodie met voorzin-nazin structuur. Daartussen hoor je een soort rustpunt, dat is een muzikale komma. Soms is de voorzin stijgend en de nazin dalend.