66 terms

aardrijkskunde finish hfstk 3

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

aanslibbingskust
kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst
afbraakkust
kust waarbij het wegslaan van materiaal overheerst
alpenweide
bergweide boven de boomgrens
benedenloop
het laatste stuk van een rivier (dicht bij zee)
boomgrens
grens tussen het gebied waar nog bomen groeien en waar geen bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur
bovenloop
het eerste stuk van een rivier (dicht bij de zee)
branding
de breking van golven in het zeewater
chemische verwering
verwering waarbij de samenstelling van het gesteente verandert
delta
kust die ontstaat wanneer aan de monding van een rivier meer materiaal wordt afgezet dan door de stroming in zee wordt afgevoerd
dubbelseizoen
een gebied kent twee of meerdere keren per jaar een piek in het aantal toeristen
duin
heuvel die is ontstaan doordat de wind zand op een hoop heeft geblazen
eeuwige sneeuw
sneeuw die ligt op plaatsen waar steeds weer nieuwe sneeuw valt voordat de oude sneeuw is verdwenen
eindmorene
verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uitschuift
endogene krachten
krachten die van binnenuit de aardkorst veranderen
erosie
het afschuren en uitschuren van hard gesteente door met verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind
exogene krachten
krachten die van buitenaf de aardkorst veranderen
firn
overjarig sneeuw die herhaaldelijk ontdooit en bevroren is
firnbekken
een verzamelbekken van firn hoog in de bergen
fjord
trogdal aan zee dat is volgelopen met zeewater
gemengde rivier
rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert
glaciaal
periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde. er smelt minder sneeuw dan er valt
gletsjer
ijsveld in het hooggebergte dat onmerkbaar langzaam de berg afschuift
gletsjerpoort
de plek waar het smeltwater van de gletsjer uit de gletsjer komt
gletsjerrivier
rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert
gletsjertunnel
tunnel die onder in een gletsjer ontstaat als zich daar veel smeltwater verzamelt
golf
rimpels in het water, die meestal veroorzaakt worden door wind die over het wateroppervlak waait
grondmorene
het sediment dat achterblijft als de gletsjer smelt
hoefijzermeer
meer dat is gevormd door de afsnijden van een meander
hooggebergte
gebergte met toppen hoger dan
hoogtegordel
plantengroeizone in een gebergte
hoogseizoen
seizoen waarin de meeste toeristen komen
horst
een langs een breukvlak omhoog gekomen deel van de aardkorst
ijstijd
periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde. er smelt minder sneeuw dan er valt
interglaciaal of tussenijstijd
warmere periode tussen twee ijstijden
klifkust
steile kust die is ontstaan doordat de zee de onderkant heeft afgebrokkeld en afgekalfd
laagland
vlak gebied waar het nergens hoger is dan 200 meter
landijs
ijsmassa die grote delen van het vasteland bedekt
landijskap
ijsmassa die grote delen van het vasteland bedekt
loofboomgordel
gordel met loofbossen in de gematigde zone
massatoerisme
veel toeristen die op dezelfde plek verblijven
meander
natuurlijke bocht in een rivier
mechanische verwering
verwering waarbij de samenstelling van het gesteente niet verandert
middelgebergte
gebied met toppen tussen 500 en 1500 meter
middenloop
het middelste deel van een rivier
naaldboomgordel
gordel met naaldbossen in de gematigde zone
pas
het laagst passeerbare punt tussen twee bergtoppen
plaat
stuk van de aardkorst
plooiingsgebergte
gebergte dat ontstaat door de plooiing van de aardkorst
regenrivier
rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater
regiem
schommeling in de waterafvoer
reliëf
hoogteverschillen in het landschap
rotsgordel
het gebied waar bijna niets meer wil groeien, in de alpen boven 2500 meter
schol
stuk van de aardkorst
sedimentatie
afzetting van verweringsmateriaal
seizoensmigratie
migratie waarbij gedurende een paar maanden per jaar mensen buiten hun woonplaats werken en wonen
slenk
een langs een breukvlak omlaag gezakt deel van de aardkorst
strandwal
een zandbank die door de branding is opgeworpen en boven zeeniveau ligt
stroomgebied
het gebied dat afwatert op een bepaalde rivier en zijn zijrivieren
u-dal
dal dat de vorm van een u heeft en is ontstaan door de uitschurende werking van de gletsjer
v-dal
dal dat de vorm van een v heeft en is ontstaan door de uitschurende werking van een rivier
verhang
het verval per kilometer
verval
het hoogteverschil tussen twee plaatsen aan een rivier
verwering
het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei
waterkringloop
het voortdurend overgaan van water van de ene toestand in de andere
waterscheiding
de grens tussen twee stroomgebieden
zijmorene
gletsjerpuin aan de zijkant van een ijstong