42 terms

Nederlands

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Idealistisch
Je gelooft nog in iets, je wilt de wereld veranderen, verbeteren en je zet je daarvoor in
Conscientieus
Nauwgezet, plichtsbewust
Energiek
Vol energie
Genereus
Vrijgevig , je trakteert gemakkelijk, je kunt iets aan anderen geven
Toegewijd
Je bent geconcentreerd en je voert je taken nauwkeurig uit
Bezitterig
Je bent op het materiële ingesteld, je wilt alles voor jezelf houden
Assertief
Je bent zelfzeker, je weet wat je wilt, maar je kent je plaats en blijft beleefd
Empathisch
Je kunt je inleven in de situatie van iemand anders, je voelt mee, zonder in sentimentaliteit te vervallen
onbuigzaam
je geeft niet toe, je plooit niet
direct
duidelijk, je durft je mening te zeggen, anderen weten wat ze aan je hebben
diplomatisch
je probeert naar een compromis te groeien en je houdt rekening met de standpunten van iedereen
impulsief
je handelt zonder nadenken (negatief)
onvoorspelbaar
mensen weten niet goed wat ze aan je hebben, de ene keer reageer je anders dan de andere keer
praktisch
je ziet meteen hoe iets moet aangepakt worden en je doet het ook
ambitieus
je wilt hogerop, je hebt plannen, je wilt iets bereiken
ruimdenkend
je kunt allerlei standpunten en meningen aanvaarden, je hebt er begrip voor
passief
je doet niets, je wacht af
achterdochtig
je bent wantrouwig, je vertrouwt het zaakje niet
verwaand
je hebt het hoog in je bol, je kijkt op anderen neer
inventief
je hebt allerlei goede ideeën en oplossingen
tactvol
je gaat voorzichtig om met mensen, je wilt hen niet kwetsen, je houdt rekening met hun gevoelens
gehoorzaam
je hebt geen moeite met bevelen en regels, je doet wat gevraagd wordt
onbekwaam
niemand wil behandeld worden door bv. een onbekwame arts iemand die zijn vak niet kent
kritisch
je hebt een eigen mening en uit die. daar is eigenlijk niets mis mee
goedgemutst
vrolijk, blij
verdraagzaam
je kunt veel verdragen, je wordt niet onmiddellijk boos of opstandig, je staat open voor alle meningen en standpunten.
brutaal
assertief is ok, brutaal is ongepast je zet een grote mond op.
zelfverzekerd
je twijfelt niet, je gaat op je doel af, je weet wat je wilt.
volgzaam
je doet wat je gevraagd wordt, je stelt het gezag niet in twijfel
hartelijk
vriendelijk, je stelt iedereen op zijn gemak, iedereen voelt zich welkom
loyaal
je bent trouw, je roddelt niet, je staat ervoor
ijverig
werkzaam, je doet wat je kan, je werkt veel
ondeugend
een beetje stout, maar men vindt het meestal leuk.
paniekerig
je schiet in paniek, je verliest je zelfvertrouwen, je weet niet meer wat je moet doen.
oppervlakkig
je denkt niet goed na over de dingen, je neemt snel een mening van anderen over, het interesseert je niet echt
charmant
vriendelijk, innemend, je pakt de mensen in, men voelt zicht goed bij jou
ernstig
serieus
spitsvondig
slim, je weet de oplossing te vinden.
harteloos
zonder hart, je hebt geen medelijden, je voelt niet mee met de ander, je hart is een ijsklomp
zenuwachtig
nerveus, je bent onzeker, je wringt met de handen, je loopt heen en weer, je moet voortdurend naar het toilet.
hebzuchtig
je wilt alles voor jezelf, je bent op het materiële ingesteld
dominant
jij bent de baas, de anderen moeten gehoorzamen