25 terms

Geschiedenis

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

ancien régime
het bestuur in Frankrijk waar de koning absolute macht heeft en er standen zijn met eigen voorrechten.
Bataafse Revolutie
Grote verandering in de Nederlandse samenleving en bestuur vanaf 1795.
bourgeoisie
De rijke burgers. Ze vormen in Frankrijk in de 18e eeuw de bovenste laag van de derde stand. De bourgeoisie hadden voor 1789 wel geld, maar geen macht.
burgerlijke stand
Een register van de overheid waarin van alle burgers geboorte, huwelijk en overlijden worden genoteerd.
censuur
Het verbod door de regering op het openbaar maken van bijvoorbeeld teksten, toneel- en muziekstukken.
Code Napoléon
Een hervorming van de Franse wetgeving door Napoleon, waarbij voor alle burgers dezelfde wetten golden en iedereen recht had op een advocaat.
continentaal stelsel
Tussen 1806 en 1814 verbood Napoleon de Europese landen op het vasteland om handel te drijven met Engeland.
dictatuur
Bestuur waarin één persoon of een kleine groep mensen de macht heeft.
Directoire
Een periode van gematigd bestuur in Frankrijk tussen 1795 en 1799, na afloop van de Terreur.
eenheidsstaat
Land waarin overal dezelfde wetten en regels gelden en waarin het centraal bestuur het belangrijkste is.
Franse revolutie
Grote, plotselinge verandering van de Franse samenleving en het bestuur, die begon in 1789.
girondijnen
Groep mensen tijdens de Franse Revolutie die veranderingen geleid wilde doorvoeren en voorstander was van een republiek. Girondijnen vonden dat de arme mensen geen kiesrecht moesten hebben. Ze kregen steun van de bourgeoisie.
grondrechten
Rechten van de burgers van een land zoals die zijn opgenomen in de grondwet, bijvoorbeeld recht op vrijheid van geloof of vrijheid van meningsuiting.
grondwet
Document waarin is vastgelegd wat de rechten en plichten van burgers zijn en hoe het bestuur is geregeld.
jacobijnen
Groep mensen tijdens de Franse Revolutie die snel grote veranderingen wilde. Jacobijnen vonden dat het gewone volk meer macht moesten hebben en dat de grond onder de boeren verdeeld moest worden. Zij kwamen in 1793 onder leiding van Robespierre aan de macht.
natuurrecht
Een recht dat ieder mens vanaf de geboorte bezit, zoals het recht op vrijheid, bezit of gezondheid.
oranjegezind
Groep Nederlanders die in de tweede helft van de 18e eeuw stadhouder Willem V en de regenten steunde. Ook wel prinsgezinde genoemd.
patriotten
Groep Nederlanders die zich in de tweede helft van de 18e eeuw verzette tegen het bestuur van stadhouder en regenten. De patriotten wilden meer invloed van het volk op het bestuur en gelijke rechten voor alle burgers.
privilege
Voorrechten dat door de koning verleend was aan een geestelijke of edelman.
rationeel denken
Logisch denken.
religieuze tolerantie
Verdraagzaamheid tegenover andere geloven.
standensamenleving
Een samenleving die is verdeeld in drie groepen: geestelijkheid (eerste stand), adel (tweede stand) en burgers en boeren (derde stand). De eerste en tweede stand hebben allerlei voorrechten.
Terreur
Periode in Franse Revolutie (1793-1794) waarin een kleine groep radicalen alle macht had en deze behield door de Fransen met geweld angst aan te jagen.
trias politica
Een door Montesquieu bedachte verdeling van de bestuurlijke macht in drie afzonderlijke machten. Het parlement had de macht om wetten te maken, de regering de macht om wetten uit te voeren en de rechters de macht om straffen uit te geven.
Verlichting
Periode waarin geloof en traditie plaatsmaken voor logische en verstandelijke redeneringen. Verlichte burgers waren kritisch over kerk, bestuur en samenleving en wilden deze verbeteren.