Lethas-NT2-A1-deel 3b: Hoeveel kost ...? / Hoeveel kosten...? (prijzen tot 100 euro) (werken met flashcards) {1} *

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

De appels kosten vijfentachtig cent.
Hoeveel kosten de appels?
De balpennen kosten negentien euro negenennegentig cent.
Hoeveel kosten de balpennen?
(19,99 euro)
De sportschoenen kosten vierenveertig euro vijfennegentig cent.
Hoeveel kosten de sportschoenen?
(44,95 euro)
De fles wijn kost zes euro negenennegentig cent.
Hoeveel kost de fles wijn?
(6,99 euro)
De rugzak kost drieëndertig euro vijfennegentig cent.
Hoeveel kost de rugzak?
(33,95 euro)
De doos koeken kost vijf euro negenenveertig cent.
Hoeveel kost de doos koeken?
(5,49 euro)
De doos fruitsap kost drie euro veertig cent.
Hoeveel kost de doos fruitsap?
(3,40 euro)
De boeken kosten vierentwintig euro vijfennegentig cent.
Hoeveel kosten de boeken?
(24,95 euro)