65 terms

nederlands

STUDY
PLAY
debuut
begin
begrip
woord
faculatief
niet verplicht
consequent
regelmatig/gestructueerd
blamage
afgang/blunder
blameren
in een situatie bevinden waarvoor je je moet schamen
retorische vraag
een vraag waarop je geen antwoordt verwacht
kwartet
viertal
furore maken
succes hebben
je vergewissen van iets
ergens zeker van zijn
rondbazuinen
rondvertellen
schaften
eten, extra maaltijd van bouwvaker
onomatopee
woord gebaseerd op klanknabootsing
oogluikend toestaan
stiekem toestaan
anekdote
kort verhaaltje
verantwoorden
uitleggen waarom je iets doet
werven
aantrekken
onderscheiden
verschil/ een verdeling maken
makke
gemis/ nadeel
plenair
met iedereen die aanwezig is
pleonasme
verkeerde versterking
profiteren
ergens gebruik van maken
prepareren
klaar maken
fonomeen
voorkomen/geval/concept
geleidelijk
wat langzaam maar zeker gebeurt
isoleren
afschermen
guitig/olijk
ogendeugd vrolijk
freelancen
niet werken voor een baas maar voor jezelf
verdunnen
aanlengen
verbijsteren
heel erg verbazen
bemiddelen
twee mensen positief in contact brengen
hoogdravend
enthousianst
skseverschil
verschil tussen man en vrouw
lambrisering
bescherming voor de muur
reden
argument
rede
toespraak
vousvoyeren
u zeggen
tutoyeren
jij zeggen
ad rem
snel/ intiligent
redundant
overbodig
schaars
zeldzaam
suerherium
verheven zijn boven anderen
erkennen
toegeven/ bekennen
tevens
ook
waarvan akte
gezien
exquise
voortreffelijk
grafisch
in tekening
specifiek
typisch
profiel
korte karakterschets
type
soort/model
freak
fanaat
categorie
afdeling
gerenomeerde
een goede naam hebben
kortom
anders gezegd
qua
wat betrefd
optimale
gunstige
trend
mode
Participeren
meedoen
in de notendop
in het kort
urgent
noodzakelijk, met haast, belangrijk
classificeren
rangschikken
cognitief
informatie processen in de hersenen
patrouilleren
rondlopen en handhaven
illustreren
tekenen
interactie
contact hebben met anderen
OTHER SETS BY THIS CREATOR