Terms in this set (55)

  • criminologie
    wetenschappelijke studie naar het maken van wetten, het overtreden van wetten en de reactie op het overtreden van die wetten
  • criminogese
    leer die zich bezighoudt met het ontstaan van een verschijnsel, in dit geval crimineel gedrag of het opsporen van de oorzaken van criminaliteit
  • sociale verantwoordelijkheidstheorieën
    onderzoekt de aandacht die de media aan criminologie besteden of men bestudeert de morele grenzen van samenlevingen, waarin die criminaliteit accepteren of juist verwerpen in hun gemeenschap
  • beschrijvende criminologie
    geeft een beeld van de aard en omvang, spreiding en ontwikkeling van crimineel gedrag en criminaliteit
  • theoretische criminologie
    kent een grote verscheidenheid aan theorieën ter verklaring van criminaliteit
  • criminogene factoren
    factoren die verband houden met het ontstaan van crimineel handelen
  • macrosociologische factoren
    geven de maatschappelijke voorwaarden aan waaronder criminogene factoren tot ontwikkeling kunnen komen
  • delinquent gedrag
    het plegen van misdaden en vergrijpen
  • persistent
    volhardend
  • ADHD
    het geheel van gedragskenmerken dat wordt gediagnostiseerd als aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
  • psychologisch-criminologische theorieën
    laten zien dat de kans op het ontwikkelen van ernstig delinquent en gewelddadig gedrag toeneemt als kinderen te kampen hebben met een opeenstapeling van elkaar versterkende risicofactoren
  • sociaal-psychologische verklaringen van crimineel gedrag in groepsverband
    maken duidelijk dat jongens en meisjes bij het plegen van criminaliteit hun gevoelens van schuld (tijdelijk) buiten werking stellen
  • neutralisatie
    jongeren maken elkaar voor of tijdens het plegen van strafbare feiten wijs dat er niets mis is met dat gedrag
  • socialisatie
    het proces waarbij de waarden, normen, regels, gewoonten, tradities en andere cultuurwaarden van een samenleving worden overgedragen aan anderen
  • micro-niveau
    het niveau van de primaire socialisatie
  • macro-niveau
    het niveau van de maatschappelijke omstandigheden en ontwikkelingen waarmee het individu te maken heeft
  • socialisatoren (op micro-niveau)
    de primaire instituties waarmee socialisatie (cultuur-overdracht) in een samenleving plaatsvindt
  • referentiekader
    een uit collectieve ervaringen van een groep(ering) voortvloeiend geheel van waarden, normen, ovrtuigingen en vanzelfsprekendheden, op grond waarvan de leden van die groep(ering) oordelen en handelen
  • internalisatie
    het zich als zodanig eigen maken van de groepswaarden en -normen, die niet meer als van buitenaf opgelegd worden ervaren
  • sociale controle
    mensen of groepen mensen in de maatschappij zetten anderen onder druk om zich aan de algemeen geldende normen te houden
  • pakkans
    de kans dat een dader van een delict door de politie wordt opgespoord
  • sociale cohesie
    een samenhand van een groepering door saamhorigheid van de leden, gemeten naar de mate waarin de leden de grenzen van de groepering willen handhaven
  • dominante cultuur
    overheersende en meest voorkomende cultuur
  • subculturen
    cultuur die in bepaalde opzichten afwijkt van de overheersende cultuur, maar op vele punten ingepast is in de overheersende cultuur
  • theologische theorieën
    zeggen dat de mens door de erfzonde geneigd is tot het kwaad
  • biologische (antropologische) theorieën
    crimineel gedrag van mensen wordt in verband gebracht met genetische (erfelijke) eigenschappen
  • psychiatrische theorieën
    daarvan is het toepassingsterrein de geestelijk gestoorde delinquenten
  • socio-biologische theorieën
    hierbij zoekt met de verklaringen in een combinatie van erfelijke en sociale factoren
  • psychologische theorieën
    gaat ervan uit dat crimineel gedrag is aangeleerd en te maken heeft met persoonlijkheidskenmerken
  • sociaal-psychologische theorieën
    richten zich op verklaringen van het afwijkende gedrag van individuele ensen in relatie met de cultuur van groepen en samenleving
  • etiketteringstheorie/labelingstheorie/ stigmatiseringstheorie
    het is de sociale omgeving die het etiket 'crimineel' op bepaalde afwijkende gedragingen (deviant gedrag) plakt
  • stigma
    brandmerk
  • selffulfilling prophecy
    een aanvankelijk onjuiste kenschets van de situatie die mensen ertoe brengt zich daarnaar te gedragen, zodat de onjuiste kenschets van de situatie tenslotte wel juist wordt
  • sociale leertheorie/aangeleerd-gedrag-theorie
    in het gezin of de jeugdgroep wordt het gedrag evenals al het andere menselijke gedrag aangeleerd
  • differential-association-theorie
    er zijn positieve en negatieve associaties bij criminaliteit; het is maar de vraag welke associaties het winnen
  • rationele keuze-theorie/gelegenheidstheorie
    het eventueel plegen van een bepaald misdrijf is het gevolg van een afweging van kosten en baten, waarbij de baten hoger worden ingeschat
  • sociologische theorieën
    bredere benaderingen die verkaringen zoeken in de cultuur en subculturen van de samenleving
  • anomietheorie
    mensen gedragen zich crimineel als zij geen gelegenheid zien op reguliere wijze algemeen aanvaarde doelen te bereiken zoals maatschappelijk succes of welvaart via opleiding, een baan en een bepaalde culturele achtergrond
  • anomie
    een verschijnsel waarbij mensen niet geremd zijn zich aan de normen te houden
  • dissociatie
    het uiteenvallen
  • culturele aspiraties
    doelen
  • sociaal gestructureerde wegen
    institutionele middelen
  • conformisten
    zij accepteren de maatschappelijke doelen en de institutionele middelen
  • innovatieven
    zij accepteren de maatschappelijke doelen, maar ze hebben weinig wettelijke middelen om ze te bereiken, zodat ze hun eigen institionele middelen gebruiken om vooruit te komen
  • ritualisten
    zij geven hun oorspronkelijke doelen waar ze eerst in geloofden op en ze passen deze aan aan hun huidige leefstijl
  • retreatisten
    'zij die zich terugtrekken': ze geven de maatschappelijke doelen op en ook de institutionele middelen
  • rebellisten
    de maatschappelijke doelen en de institutionele middelen worden verworpen
  • maatschappelijke afkomst- of omgevingstheorie
    de maatschappelijke afkomst en omgeving is van invloed op het plegen van crimineel gedrag
  • bindingstheorie of integratietheorie
    maatschappelijke bindingen of sterke integratie van mensen in intermediaire groepen (gezin, school, vriendengroep) werken remmend op criminele impulsen
  • attachment
    bindingen of banden met mensen in de persoonlijke levenssfeer
  • commitment
    als mensen deelnemen aan sociale activiteiten, zal het mensen binden aan de morele en ethische codes van de maatschappij
  • involvement
    als mensen betrokken zijn in conventionele activiteiten in de maatschappij is er weinig tijd om zich bezig te houden met delinquente of criminele activiteiten
  • belief
    heeft te maken met het waarden- en normensysteem van de maatschappij; als mensen respect hebben voor de wetten en de mensen en instituties die de wetten dienen te handhaven is er weinig kans op crimineel gedrag
  • sociale controletheorie
    de pijnlijke of vervelende gevolgen van formele en informele sociale controle verhindert het overgaan tot crimineel gedrag
  • multi-causale verklaringsmodel van Braithwaite
    de mate waarin criminaliteit zich voordoet, kan herleid worden tot een aantal onderscheiden karakteristieken van individuen en samenleving die in hun onderlinge samenhang moeten worden bekeken