14 terms

Functioneren van organismen - TRANSPORTSTELSEL

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

RODE BLOEDCELLEN
Bloedcellen die zuurstofgas en koolstofdioxide vervoeren, ze bezitten hiervoor de stof hemoglobine.
WITTE BLOEDCELLEN
Bloedcellen die ons beschermen tegen ziekteverwekkers en belangrijk zijn voor het
afweersysteem van ons lichaam.
BLOEDPLAATJES
Bloedcellen die zorgen voor herstellen van beschadiging door stolling.
SLAGADER
Bloedvat dat bloed vervoert vanuit het hart. Dit soort bloedvat heeft een dikke wand.
ADER
Bloedvat dat bloed vervoert naar het hart toe. Dit soort bloedvat heeft een slappe wand en bezit kleppen die terugstromen van bloed voorkomen.
HAARVAATJES
Bloedvat dat zorgt voor uitwisseling van stoffen met de cellen. De wand van dit soort bloedvat is heel doorlatend.
AORTA
De slagader die zuurstofrijk bloed vervoert vanuit het hart naar heel het lichaam.
LONGSLAGADER
De slagader die zuurstofarm bloed vervoert vanuit het hart naar de longen.
KLEINE BLOEDSOMLOOP
rechterkamer - longen - linkerboezem
GROTE BLOEDSOMLOOP
linkerkamer - organen - rechterboezem
HEMOGLOBINE
Een rode kleurstof die deel uitmaakt van de rode bloedcel en zuurstofgas en koolstofdioxide kan binden.
MACROFAAG
Soort witte bloedcel die ziekteverwekkers kan vernietigen door fagocytose of celvraat.
LYMFOCYT
Soort witte bloedcel die een rol speelt in de vorming van antistoffen (immuniteit van ons lichaam).
PLASMA
Het deel van ongestold bloed dat onder andere water, voedingsstoffen, hormonen, zouten, fibrinogeen bevat.