36 terms

Frans Unité 8

STUDY
PLAY
Qu'est-ce qu' il y a ?
Wat is er ? Wat staat er ?
Il y a ...
Er is, er zijn, er staat, ...
dans ma classe
in mijn klas
sur ma table
op mijn tafel
un prof
een leerkracht, een meester
une prof
een leerkracht, een juf
un élève
een leerling
une élève
een leerlinge
une classe
een klas
une armoire
een kast
un bureau
een lessenaar
une table
een tafel
une chaise
een stoel
une porte
een deur
une fenêtre
een venster
un cahier
een schrift
un ordinateur
een computer
une radio
een radio
un tableau
een (school)bord
un T-shirt bleu
een blauwe T-shirt
une chaise bleue
een blauwe stoel
un T-shirt rouge
een rode T-shirt
une chaise rouge
een rode stoel
un tableau vert
een groen (school)bord
une porte verte
een groene deur
un tableau noir
een zwart (school)bord
une porte noire
een zwarte deur
des cahiers
schriften
des élèves
leerlingen
des tables
tafels
des armoires
kasten
des jeux
spellen
des copains forts
sterke vrienden
des cahiers rouges
rode schriften
des copines fortes
sterke vriendinnen
des tables rouges
rode tafels