43 terms

frans einde

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

accueillant(e)
gastvrij
a l'aise au téléphone
op het gemak aan de telefoon
autonome
zelfstandig
avenant(e)
innemend
avoir le goût du challenge
zin hebben voor een uitdaging
avoir un bon sens de la communication
een goed communicatievermogen hebben
dynamique
dynamisch
être de bonne présentation
een goede uitstraling hebben
fiable
betrouwbaar
motivé(e)
gemotiveerd
ponctuel(le)
stipt
proactif, proactive
initiatiefrijk
rigoureux, rigoureuse
strikt
sérieux, sérieuse
serieus
sociable
sociaal
souple
soepel
souriant(e)
goedlachs
déclarer faillite
het faillissement uitspreken
prendre la grosse tête
pretentie krijgen
laisser aux commandes
aan het roer laten
sur les pas de
in de stappen van
dans des conditions extrêmes
in extreme omstandigheden
déclarer forfait
niet deelnemen
le manque d'oxigène
het zuurstofgebrek
mettre en danger
in gevaar brengen
à coups de sacoche
slagen met de handtas
diffuser en boucle
ononderbroken uitzenden
donner des coups à quelqu'un
iemand slaan
être interpellé par la police
aangehouden worden door de politie
un emplojé(e)
een bediende
un employeur
een werkgever
une entreprise
een onderneming
enterdit
verboden
éteindre
uitzetten
un avertissement
een verwittiging
une instruction
een instructie
une consigne
een aanbeveling
une évacuation
een evacuatie
une obligation
een verplichting
une interdiction
een verbod
un danger
een gevaar
un secours
een nood/hulp
spacieux
ruim