28 terms

frans Grandes lignes vocabulaire 5.1

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

l'argent de poche
het zakgeld
le compte bancaire
de bankrekening
la tirelire
de spaarpot
radin
gierig
gratuit
gratis
dépenser
uitgeven
économiser pour
sparen voor
toutes les/ tous les
alle
tout
alles
partout
overal
la montre
het horloge
l'attitude
de houding
le vendeur, la vendeuse
de verkoper, de verkoopster
en soldes
in de uitverkoop
partager
delen
payer
betalen
gagner
verdienen; winnen
ressembler à
lijken op
prêter
uitlenen
aller bien avec
goed staan bij
offrir
aanbieden
mettre
zetten; leggen; aantrekken; erover doen
réfléchir
nadenken
rendre
teruggeven
quelque chose
iets
vif, vive
levendig; fel
serré
nauw
souvent
vaak