36 terms

Frans vocabulaire functionel 1 53

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

cordial
hartelijk
taciturne
zwijgzaam
consciencieux
nauwgezet, plichtsbewust
prétentieux
verwaand
généreux
vrijgevig
franc, franche
oprecht
méfiant
wantrouwig
rusé
sluw
malin, maligne
slim, gekwiest
méchant
gemeen,boosaardig
imbu de soi-même
zelfingenomen
orgueilleux
hoogmoedig trots
négligent
slordig
borné
bekrompen
enfantin
kinderachtig
avare
gierig
paresseux
lui
débrouillard
pienter
loquace
spraakzaam
mesquin
kleingeestig
susceptible
opvliegend
tenace
volhardend
zélé
vlijtig, ijverig
insouciant
onbezorgd
un blageur
een grapjas
une mauvaise langue
een roddelaar
un enfant précoce
een vroegrijp kind
prodige
wonder(kind)
obéissant
gehoorzaam
espiègle
ondeugend
méchant
stout
désobéissant
ongehoorzaam
insupportable
onuitstaanbaar
bruyant
luidruchtig
ingrat
ondankbaar
serviable
gedienstig