61 terms

Frans unité 14

Frans, En Action
STUDY
PLAY
une chanson
een lied
une chemise
een hemd
un jeans
een jeans
un pantalon
een lange broek
un pull
een trui
une veste
een jasje
un vêtement
een kledingstuk
des vêtements
kleding
une botte
een laars
une chaussure
een schoen
un lapin blanc
een wit konijn
une chemise blanche
een wit hemd
un short rose
een roze short
une robe rose
een roze jurk
chanter
zingen
aimer les livres
houden van boeken
aimer chanter
houden van zingen
jouer
spelen
porter un jeans
een jeans dragen
avec un copain
met een vriend
ne .... jamais
nooit
ce jeans
deze jeans
ces pantalons
deze broeken
cette chemise
dit hemd
ces vestes
deze vesten
un bébé
een baby
une jupe
een rok
un pyjama
een pyjama
une robe
een jurk
un short
een short
une basket
een basketbalschoen
un lapin brun
een bruin konijn
une armoire brune
een bruine kast
un jeans gris
een grijze jeans
une chemise grise
een grijs hemd
un jeans jaune
een gele jeans
une chemise jaune
een geel hemd
un pantalon mauve
een paarse lange broek
une jupe mauve
een paarse rok
un pantalon orange
een oranje lange broek
chercher
zoeken
jouer au foot
voetballen
je chante
ik zing
tu chantes
jij zingt
il chante
hij zingt
elle chante
zij zingt
nous chantons
wij zingen
vous chantez
jullie zingen
ils chantent
zij zingen (m)
elles chantent
zij zingen (v)
j'aime ma classe
ik hou van mijn klas
tu aimes ton chien ?
hou jij van je hond ?
elle aime ton frère
zij houdt van jouw broer
il aime le foot
hij houdt van voetbal
nous aimons ces vêtements
wij houden van die kledij
vous aimez ce cadeau ?
houden jullie van dit cadeau ?
ils aiment les jeux
zij houden van spellen
elles aiment chanter
zij houden van zingen (v)
il ne porte jamais de short
hij draagt nooit een short
elle ne chante pas de chanson
zij zingt geen lied
il ne cherche pas de bottes
hij zoekt geen laarzen