30 terms

en action unité 21

STUDY
PLAY
un oncle
een oom
une tante
een tante
l'anglais
het Engels
la mer
de zee
un pays
een land
un village
een dorp
une ville
een stad
un peu
een beetje
divorcé, divorcée
gescheiden
méchant, méchante
boosaardig, slecht
seul, seule
alleen(staand)
près de
dichtbij
près de la mer
dichtbij de zee
jouer de la guitare
gitaar spelen
jouer du piano
piano spelen
parler
spreken
parler anglais
Engels spreken
parler à
spreken met/tegen
travailler
werken
venir
komen
beaucoup
veel
je parle beaucoup
ik praat veel
peu
weinig
je parle peu
ik spreek weinig
beaucoup de chats
veel katten
peu de chiens
weinig honden
encore
nog
j'ai encore un frère
ik heb nog een broer
jouer au foot
voetbal spelen
jouer au basket
basketbal spelen
THIS SET IS OFTEN IN FOLDERS WITH...