7 terms

HV1 - Unit 2 - Phrases 2

STUDY
PLAY
Hoe laat is het?
What's the time?
Wanneer begint het?
What time does it start?
Wanneer eindigt het?
When does it end?
Het begint om 8 uur.
It starts at eight o'clock.
Het eindigt om half 11.
It finishes at half past ten.
We kunnen om 6 uur naar jouw huis komen.
We can come to your house at six.
Ik zal op dinsdag om 7 uur klaarstaan.
I will be ready at seven on Tuesday.