How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

44 terms

Dutch irregular verbs, past perfect tense

STUDY
PLAY
heeft gewezen
has shown
heeft bezocht
has visited
is gebleven
has stayed
heeft gegeten
has eaten
is gegaan
has gone
heeft gehad
has had
heeft gekozen
has chosen
heeft gekeken
has viewed
heeft verkocht
has sold
heeft nagedacht
has thought about
is geweest
has been
heeft gezien
has seen
heeft gezegd
has said
heeft gegeven
has given
heeft gedaan
has done
is vergeten
has forgotten
heeft verloren
has lost
heeft gezongen
has sung
heeft gezwommen
has swum
is vertrokken
has departed
is begonnen
has begun
heeft bewogen
has moved
heeft geboden
has offered
is gekomen
has come
heeft gedragen
has carried, worn
heeft genoten
has enjoyed
heeft geholpen
has helped
heeft gehoefd
has not had to
heeft gekregen
has received
heeft gekund
has been able to, can
heeft gelaten
has been allowed, to let
heeft gemoeten
has had to
heeft gemogen
has been allowed, may
heeft genomen
has taken
heeft gereden
has ridden
is gestorven
has died
is gevallen
has fallen
heeft gevangen
has caught
heeft gevochten
has fought
heeft gevlogen
has flown
heeft gevraagd
has asked
heeft geweten
has known
heeft gezeten
has sat
heeft gezwegen
has been silent