63 terms

Overzicht politiek en sociale denken woorden

Politiek en sociale denken
STUDY
PLAY
Globalisering
Mondialisering en globalisering[1] is een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie, met als centraal kenmerk een wereldwijde arbeidsdeling, waarbij productielijnen over de wereld worden gespreid die gedreven worden door de informatie- en communicatietechnologie en door internationale handel. Mondialisering wordt mogelijk gemaakt door ontwikkelingen op het gebied van vervoer en telecommunicatie. Ze kenmerkt zich verder door verregaande schaalvergroting, het ontstaan van een wereldwijd kapitalisme en de verspreiding van een consumentencultuur.
Kosmopolitanisme
Van kosmopolitisme is sprake als iemand een gevoel van verbondenheid met de mensheid in het algemeen ervaart, die sterker is dan enig gevoel voor nationale of regionale identiteit. Een dergelijke verbondenheid wordt ook wel aangemerkt alswereldburgerschap. Kosmopolitisme gaat ervan uit dat culturen aan verandering onderhevig zijn en elkaar beïnvloeden.
Nationaal-liberalisme
Conservatief-liberalisme is een politieke stroming die elementen bevat van conservatisme en liberalisme. Zij vormt de rechtervleugel binnen het liberalisme. Het conservatief-liberalisme was de tweede stroming binnen het liberalisme, na hetklassiek-liberalisme van de 17e eeuw en voor de opkomst van het sociaal-liberalisme eind 19e eeuw. Andere benamingen zijn rechts-liberalisme en nationaal-liberalisme.
Diversiteit
Verscheidenheid, vaak bedoeld als biodiversiteit, dat is de soortenrijkdom binnen een ecosysteem. Er bestaat echter ook diversiteit in genotypen binnen een populatie.
Federalisering
Het federalisme is een staatsvorm waarbij geen centraal staatsgezag wordt voorgestaan. In plaats daarvan wordt aan de afzonderlijke delen een zeer grote mate van zelfstandigheid toegekend, maar zonder dat het nationale of federale niveau bestaat bij de gratie van de deelstaten. Een staat die op deze manier is ingericht heet een bondsstaat of federale staat. De soevereiniteit is hier verdeeld tussen het geheel (de federale staat, de nationale overheid) en de delen (de (deel)staten, Länder, kantons) die elk hun eigen rechtsordening hebben.
Groepsrecht
Rechten die een groep toegedaan worden.
Subsidiariteit
Subsidiariteit gaat ervan uit dat mensen van nature sociale wezens zijn en benadrukt het belang van kleine en middelgrote maatschappelijke verbanden zoals het gezin, de kerk, en vrijwilligersorganisaties als structuren die het individu in staat stellen de maatschappij te dienen en die het individu en de maatschappij als geheel met elkaar verbinden.
Government
Overheid
Governance
Governance is een oorspronkelijk Engelstalig begrip dat duidt op de handeling of de wijze van besturen, de gedragscode, het toezicht op organisaties. Het wordt in verband gebracht met beslissingen die verwachtingen bepalen, macht verlenen of prestaties verifiëren. Het bestaat ofwel uit een afzonderlijk proces ofwel uit een specifiek deel van management- ofleiderschapsprocessen. Soms stellen mensen een regering op om deze processen en systemen te beheren.
Rationaliteit
Rationaliteit in algemene zin is consistent handelen op basis van de rede. Hierbij vindt ideevorming en handelen plaats op basis van feiten met kennis van oorzaak en gevolg en zijn de te verwachten baten groter dan de verwachte kosten. In ruime zin zijn er echter verscheidene soorten rationaliteit. Zo houdt de beperkte rationaliteit rekening met de beperkte beschikbaarheid van informatie, cognitieve beperkingen en de beperkte tijd om tot een besluit te komen.
Interactie
Wisselwerking
Paradox
een schijnbare tegenstrijdigheid
Utilitarisme
Het utilitarisme (van Latijn utilitas: nut, ook wel: utilisme) is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut, waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan.
Deontologie
De deontologie ("plichtenleer", vanuit het Grieks, deon, "plicht," en logos, "rede") is een ethische stroming, die uitgaat van absolute gedragsregels, vaak, maar niet altijd, gesteld als normen. Er wordt ook wel gesproken over plichtethiek. Iets wat slecht is, is volgens een deontoloog altijd slecht, ook als de uitkomst goed zou zijn, want er bestaat geen "goed" als zodanig; het enige wat goed zou kunnen zijn is de intentie, de goede wil, en die goede wil impliceert de aanvaarding van bepaalde morele wetten. Zo keuren deontologen bijvoorbeeld martelen af, ook als daar levens mee gered kunnen worden. De morele wet kan op vele manieren weergegeven worden, maar komt echter altijd op hetzelfde neer: een handeling is moreel als je tegelijkertijd kunt willen dat ieder ander op die manier zou handelen.
Universalisme
De wetten die gelden zijn universeel. Voor iedereen geldig. Het is voor iedereen geldig.
Individualisme
Individualisme is een filosofisch standpunt waarbij de gedachtegangen en de rechten van het individu boven het belang van de gemeenschap wordt geplaatst. De kern van individualisme is dat een groep geen rechten heeft, maar dat enkel individuen rechten hebben; daarmee is het tegengesteld aan collectivisme. Bij het individualisme staat het recht op zelfbeschikking centraal. Elk individu heeft het recht om zijn leven zelf in te vullen, zonder dat anderen hem gaan opdringen hoe deze zijn leven zou moeten leiden.
Liberalisme
Het liberalisme heeft als uitgangspunt zo veel mogelijk vrijheid van hetindividu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt. Liberalen streven naar een samenleving waarin burgers grote vrijheden genieten, zoals de burgerrechten die het individu beschermen en de macht van de staat en de kerk beperken. Ook streeft het liberalisme naar een vrije markt waarin de overheid zich terughoudend opstelt. Ander speerpunt van het liberalisme is de scheiding van kerk en staat (onder andere als voorwaarde voor godsdienstige tolerantie). Ook willen liberalen dat de staatsinrichting wordt vastgelegd in een grondwet waarin ook de grondrechten van de burger staan. Van de overheid werd slechts verlangd dat ze alleen die bestuursdomeinen voor haar rekening zou nemen, die onmogelijk door het individu behartigd konden worden, zoals openbare functies, openbare werken en landsverdediging.
Identiteit
Identiteit is de eenheid van wezen, volkomen overeenstemming en persoonsgelijkheid. Het beeld dat iemand van zichzelf heeft wordt zelfbeeld of zelfconcept genoemd.
Gemeenschap / Samenleving
Onder een samenleving wordt verstaan een groep mensen die samen een half-geslotensysteem vormen en waarbinnen interactie bestaat tussen de leden die van die groep deel uitmaken. Hoewel de mens ook samenleeft met dieren en dingen, staat het netwerk van relaties tussen mensen centraal. De samenleving is het studieobject par excellence van desociologie. Afhankelijk van de context kan men het begrip samenleving beperken of uitbreiden van minimaal twee personen tot bijvoorbeeld een gezin, woongemeenschap,stad, staat of de gemeenschap van alle mensen.
Collaboreren
Collaboratie is samenwerking met de vijand. Het begrip is afgeleid van het Franse werkwoord collaborer dat samenwerkenbetekent.
Theorie
Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden beschreven. In dewetenschap is een theorie een toetsbaar model ter verklaring vanwaarnemingen van de werkelijkheid.
Democratie
Democratie is een bestuursvorm. Het Nederlandse woord[1] stamt af van de Griekse woorden δῆμος (dèmos), "volk" enκρατέω (krateo), "heersen, regeren" en betekent dus letterlijk "volksheerschappij". Dit houdt in dat het volk zelf stemt over de wetten, zoals in het oude Athene, of het volk verkiest vertegenwoordigers die de wetten maken, zoals in België en Nederland.
Ntuurwet
Natuurwet of natuurrecht staat voor een geheel van principes en regels die universele geldigheid zouden hebben en mede daarom boven de regels van het positieve recht zouden gaan. In de gangbare opvatting slaan deze termen uitdrukkelijk niet op de natuur in de zin van de planten- en dierenwereld, maar op de menselijke natuur, die gekenmerkt wordt door het verstand (de rede).
Secularisering
Ontkerkeling
Ethisch
In de ethiek vraagt de filosoof zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk handelen. Hoewel in de omgangstaal 'ethisch' in de betekenis van 'moreel' wordt gebruikt, gaat het om twee verschillende gebieden: 'moraal' is het zedelijk handelen zelf, terwijl ethiek de studie ervan is. Er zijn drie kennisgebieden waarin ethiek een belangrijke rol speelt: de wijsbegeerte, de theologie en de medische wetenschap. De term 'ethiek' wordt soms in engere zin gebruikt om te verwijzen naar de ethische principes van een bepaalde traditie, zoals de christelijke ethiek of de ethiek van een bepaalde filosoof. In dit artikel wordt ethiek uitsluitend in defilosofische betekenis gebruikt.
Amorele
Iets is amoreel als het niets met goed of kwaad te maken heeft.
Soevereiniteit
Soeverein komt waarschijnlijk van het Latijnse superanus of suprema potestas, en betekent 'hoogste macht of gezag'. Vroeger was de soeverein bijvoorbeeld de paus, de keizer of de koning.
Wereldbeeld
Het begrip wereldbeeld, wereldbeschouwing of maatschappijbeeld slaat op het algemene idee, dat de mensen hebben over de wereld, waarin we leven.[1] Dit kan zijn het geheel aan op- en misvattingen omtrent het eigen bestaan van de mens, van de wereld en of van eventuele religieuze opvattingen kan hieronder worden gerekend. In de omgangstaal wordt er ook opvattingen over hoe de wereld zou moeten zijn mee bedoeld.
Dualisering
Dualisme betekent allereerst het uitgaan van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen. Dit ter verklaring van op geen enkele andere manier te begrijpen antropologische,ethische of kosmische tegenstellingen. In deze betekenis is het een begrip dat in de filosofie en de theologie wordt gebruikt.
Feodale maatschappij
Het feodalisme was niet alleen een bestuurlijk systeem, het had ook eeneconomische betekenis. De leenman werd geacht in ruil voor zijn leen beschikbaar te zijn voor diensten aan zijn leenheer. De middelen die hem daartoe in staat konden stellen moesten worden opgebracht uit zijn leengoed. In grote delen van West-Europa was geld een zeer schaars goed geworden. Een leenman kon daardoor zijn leengoed veelal alleen nog nuttig maken door de directe opbrengst van zijn leengoed. Dat leidde tot de ontwikkeling van hethofstelsel, met name in die gebieden waar geld nauwelijks nog een rol speelde.
Protestantisme
Het protestantisme is een van de drie grote stromingen (Rooms-katholieke Kerk,Oosters-orthodoxe Kerken en Protestantisme) binnen het christendom. Deze stroming is begonnen als een reactie tegen leerstellingen en praktijken in de middeleeuwse westerse Kerk in West-Europa in de vroege 16e eeuw die bekendstaat als de Reformatie.
Monarchie
Een monarchie is van origine een regeringsvorm waarbij de macht bij één persoon berust, de monarch.
Staat
Een staat is de binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hoge mate soevereine organisatie die gezag uitoefent over de op dat grondgebied wonende bevolking, die deze bevolking naar buiten toe vertegenwoordigt en die over de benodigde machtsmiddelen beschikt, bijvoorbeeld het geweldsmonopolie.
Natuurtoestand
De natuurtoestand is een filosofische voorstelling van een sociale toestand, die voorafgaat aan een georganiseerdestaatsvorm.
Sociaal contract
Het sociaal contract is een belangrijke term in de sociale en politieke filosofie. De belangrijkste contractdenkers zijn Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau. Zij probeerden onze huidige maatschappelijke samenleving te verklaren vanuit de fictie dat mensen ooit zonder regels en in onbeperkte vrijheid (in een soort natuurtoestand) leefden, maar om uiteenlopende redenen (maar altijd uit eigenbelang) een contract met elkaar hebben gesloten. De contractfilosofen hebben verschillende ideeën over de inhoud van dit contract, maar ze hebben gemeen dat de mensen in het sociaal contract bepaalde vrijhedenopgaven, waaronder het recht om voor eigen rechter te spelen. Individuele vrijheidsrechten werden (deels) overgedragen aan de gemeenschap (leidt tot democratie) of aan een soeverein.
Revolutie
Een revolutie is een plotselinge radicale omslag of verandering. Het is daarmee de tegenhanger van evolutie, wat een geleidelijke verandering is. De verandering kan slaan op een plotselinge verandering in de sociale ofpolitieke instellingen, maar ook op een grote culturele of economischeomslag. De term zelf komt oorspronkelijk uit de astronomie, waar men ze gebruikte als "omwenteling van hemellichamen". Revolutie in de betekenis van "plotselinge ommekeer" kwam pas na 1650 in zwang.
Vrijheid
Vrijheid in de filosofie van de geest is een concept rond kernvragen als: Bestaat menselijke vrijheid en zo ja, wat is het dan precies? En waartoe is de mens dan vrij? Het antwoord op deze vragen is hecht verbonden met iemands visie op de geest. Want is onze geest niet alleen maar een bepaald aspect van de materie? Daarom in dit artikel eerst een kleine samenvatting van de hoofdvisies op het lichaam-geest probleem. Dan een analyse van vrijheid.
Evolutie
Evolutie is van het Latijnse werkwoord evolvere afgeleid en betekent letterlijk "zich ontrollen" of "los-" of "afwikkelen". Figuurlijk betekent het "ontwikkeling" en in die betekenis wordt het vaak gebruikt in de wetenschap en filosofie. De betekenis "ontwikkeling" wordt het meest gebruikt en heeft in het taalgebruik een geheel eigen karakteristiek gekregen. De betekenis is verschoven naar "geleidelijke ontwikkeling", waarbij niet meer gedacht wordt aan het ontrollen maar aan expansie, groeien of het geleidelijk een hogere graad van organisatie krijgen. Dit komt vooral door het veelvuldig gebruik van het woord in de biologische betekenis, hoewel het juist daar niet altijd gaat om een hogere graad van organisatie maar juist om vereenvoudiging.
Deugdzaamheid
Een deugd kan een positieve eigenschap zijn waar een bepaald persoon over beschikt. Het kan ook duiden op een ethisch goede manier van handelen.
Heroisme
In de filosofie is het hedonisme de leer binnen de ethiek die stelt dat genot (in algemene zin) het hoogste goed is. Het woord hedonisme is afgeleid uit het Grieks. Hèdonè betekent "genot". Een belangrijke vraag binnen deze filosofie is wat het meeste genot geeft. Hierbij moeten ook de eventuele nadelen van het betreffende genot in beschouwing genomen worden.
Ondeugden
De zeven ondeugden zijn hoogmoed, afgunst, toorn, luiheid, gierigheid, gulzigheid en onkuisheid. Ze hebben als attribuut respectievelijk de pauw met spiegel of de leeuw, de sperwer, de haan, de uil, de geldbuidel, de kiekendief en de bok. Ze worden de Zeven Hoofdzonden genoemd.
Sympathie
Sympathie is 'mede met iemand iets aanvoelen'. Waar het om draait wordt begrepen, en als zodanig geaccepteerd (instemmend). Zo kan er sympathie voor gevoelens of bepaalde gedachtegangen of juist voor bepaald gedrag zijn. Het geven van sympathie werkt vaak 'opbeurend' op de ander. De ander krijgt dan het gevoel gesteund te worden.
Dialectiek
Dialectiek is in het algemeen gezegd ofwel een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken, dan wel een metafysica, volgens welke zowel het denken als de wereld verandert c.q. zich ontwikkelt, ten gevolge van tegenstellingen (Herakleitos, Hegel, Marx en navolgers). Het begrip heeft een lange geschiedenis in de traditie van het westerse denken.
Rede
De rede of ratio is een menselijk denkvermogen. Het begrip rede heeft verschillende betekenissen: (1) Het vermogen dat begrippen voortbrengt. (2) Het geheel van gevoel, verstand en 'rede' in de eerste betekenis en (3) Een voordracht over een of andere onderwerp worden bedoeld.
Recht
Het recht is een systeem van regels waarmee de mens de samenleving ordent. In het recht staat wat je wel en wat je niet mag doen. Soms staat er ook in op welke manier je iets moet doen. Sommige regels zijn opgeschreven in wetten. Het recht ligt steeds vervat in een rechtsbron. Het recht kan worden onderverdeeld in verschillende disciplines, rechtstakken genoemd. De verschillende rechtstakken maken meestal het voorwerp uit van een aparte studieonderdeel in de Rechtenopleidingen aan deuniversiteiten, maar hangen allemaal samen.
Moraliteit / Zedelijkheid
Het begrip moraal (of zeden) geeft de handelingen en gedragingen aan die in een maatschappelijke context als correct en wenselijk worden gezien. Het filosofisch vakgebied van de ethiek richt zich op de vraag 'wat is een goede moraal?'. Een universele moraal heeft de pretentie altijd en overal te gelden. Iets is immoreel als het ingaat tegen de wetten van de ethiek. Iets is amoreel als het niets met goed of kwaad te maken heeft. Men kan spreken over een gescheiden moraal.
Burgermaatschappij
De burgermaatschappij of civil society of maatschappelijk middenveld kan bondig worden omschreven als het institutionele domein van vrijwillige associaties. Het is een aanduiding van organisaties of instituties buiten de sfeer van deoverheid, de markt en de verbanden van familie en vrienden. Mensen maken er vrijwillig deel van uit. De burgermaatschappij staat bovendien voor politieke en maatschappelijke wensbeelden, zoals betrokkenheid van burgers bij de publieke zaak, vergroting van maatschappelijk zelfbestuur ten koste van de politiek, beperking van commerciële invloeden en versterking van gemeenschapszin en tolerantie.
Conservatief
Het conservatisme is een politieke, ethische en culturele gezindheid die zich grondvest op detraditie. Het begrip "conservatisme" is afgeleid van het Latijnse conservare, dat "beschermen, in ongeschonden toestand bewaren" betekent. Het conservatisme is echter een breed begrip en kent vooral in Nederland veel verschillende betekenissen.
Progressief
Progressivisme is een politieke stroming die gebaseerd is op progressie (vooruitgang). Het wordt dikwijls beschouwd als de tegenhanger van conservatisme, een stroming die juist gericht is op conservatie (behoud).
Optimisme
Optimisme (uit het Latijn optimum = het beste) is van oudsher het geloof in de beste van alle mogelijke werelden te leven.
Pessimisme
Pessimisme komt van het Latijnse woord pessimum en betekent het slechtste; pessimisten gaan ervan uit dat deze wereld (in ruime zin) de slechtste van alle mogelijke werelden is, in tegenstelling tot optimisten, die stellen dat deze wereld de beste van alle mogelijke werelden is. Deze opvatting is vaak gerelateerd aan de stemming of de affectieve toestand van het individu in kwestie. Sommige gevallen zijn mensen notoire pessimisten en vinden de gehele werkelijkheid de slechtste van alle mogelijkheden, in andere gevallen kan iemand pessimistisch zijn over een specifieke situatie, mogelijkheid of toestand.
Industriele revolutie
Onder industriële revolutie wordt de omschakeling van handmatig naar machinaal vervaardigde goederen verstaan.
Materialisme
Materialisme is de filosofie die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het idealisme of het spiritualisme. Het 'zijn' brengt uiteindelijk het 'denken' voort. Bij kentheoretisch materialisme worden de objecten vanuit wetenschappelijk perspectief gereduceerd tot materie, zonder dat de filosofische uitspraak wordt gedaan dat deze objecten niets anders zijn dan materie.
Idealisme
Idealisme is een benaming voor een aantal filosofische stromingen die met elkaar gemeen hebben dat ze alles tot een geestelijk beginsel willen herleiden. Het komt er dus op neer dat aan de uiterlijke objecten geen zelfstandigheid wordt toegeschreven, terwijl alleen wat in de geest is - de ideeën en grondbegrippen - werkelijkheidswaarde heeft. Grofweg zijn er twee stromingen van idealisme te onderscheiden: het metafysischidealisme, waaronder ook het Duits idealisme valt, en het kennistheoretisch idealisme.
Historisch materialisme
Historisch materialisme is een geschiedbeschouwing die vooral in het marxisme wordt gebruikt. In het historisch materialisme wordt de wereldgeschiedenis in grote mate bepaald door materiële, economische, omstandigheden; deze worden beschouwd als de oorzaak voor de sociale verhoudingen en de verdeling van maatschappijen in klassen, die voortdurendstrijd met elkaar leveren.
Ideologie
Onder ideologie verstaan we het geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de samenleving. Het begrip werd gelanceerd door de Franse verlichtingsfilosoofAntoine Destutt de Tracy, die er de wetenschap der ideeën mee bedoelde.
Systeemtheorie
Systeemtheorie is een multidisciplinaire theorie over de systematische beschouwing van systemen in de natuur, wetenschapen of maatschappij. Deze theorie is gericht op de complexiteit en onderlinge afhankelijkheid tussen en binnen systemen, wat in de praktijk vaak vereenvoudigd wordt door alleen naar bepaalde aspecten uit het systeem te kijken. Het is gebaseerd op principes uit de natuurkunde, biologie en techniek, en heeft zijn uitwerking naar onder andere de cybernetica, filosofie,organisatieleer, management, psychotherapie, economie en sociologie.[1]
Normatief
Een norm of standaard is een document met erkende afspraken, specificaties of criteria over een product, een dienst of een methode. Standaarden kunnen vastgelegd worden binnen een bedrijf of organisatie, binnen een consortium van organisaties of door erkende standaardisatieorganisaties. Erkende standaardisatieorganisaties (zowel nationale als internationale) werken volgens een bepaald proces en volgens bepaalde regels voor vertegenwoordiging:
Macht
"Macht is volgens Max Weber het vermogen van personen of groepen om andere personen, groepen of zaken de wil op te leggen, eventueel tegen de wensen of belangen van die anderen in. Het onderscheidt zich van gezag doordat gezag gelegitimeerd is. Daarnaast is ook sprake van definitiemacht waarbij bepaald wordt welke betekenis wordt gegeven aan een verschijnsel.
Leefwereld
De wereld waarin je leeft.
Kolonisatie
Kolonisatie betekent oorspronkelijk: het vestigen van een deel van de eigen bevolking in een landstreek die nog niet door het eigen volk bewoond wordt. Dat kan in een onbewoond, onontgonnen gebied zijn, maar het kan ook een vestiging zijn in 'vreemd' gebied tussen de daar al aanwezige 'vreemde' bevolking. Kolonisatie bestaat dus al zolang als de mens grond bebouwt.
Symbolisch
Het symbolisme was een stroming in de beeldende kunst, muziek en literatuur die in het fin de siècle opgang maakte, in eerste instantie in Frankrijk, maar spoedig daarna ook elders in Europa. Het ontstaan van het symbolisme is te zien als een reactie op het rond 1850 dominante realisme en naturalisme in de kunst. Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie werden centraal gesteld. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool stond daarbij centraal.
Autonomie
De term autonomie is afgeleid van het Grieks αυτονομία (autonomía, autos (zelf) + nomos (wet), autonomos (eigen wetten opleggend)) en beschrijft het vrij zijn van extern bestuur. Het concept wordt teruggevonden in politiek, technisch, filosofisch, geneeskundig, moreel en psychologisch verband. Het verwijst daarbij steeds naar de capaciteit van een rationeel individu of bestuur om eigen verantwoorde beslissingen te nemen. Een goed Nederlands synoniem is zelfbestuur. Het tegenovergestelde van autonoom is heteronoom.