80 terms

HV1 - Unit 3 - All vocabulary

STUDY
PLAY
add up (to)
optellen
advice
advies
another
nog één, een andere
baggy
wijd, flodderig
beach
strand
boots
laarzen, hoge schoenen
exactly
precies
gloves
handschoenen
high heels
hoge hakken
jacket
jas, colbert
kit
uitrusting
mistake
fout
mostly
vooral, meestal
outfit
(kleding)set
pair (of shoes/trousers etc.)
paar
suit
pak
trainers
sportschoenen
trousers
broek
woolly
wollig(e)
wrong
fout/verkeerd
afraid
bang
belt
riem
button
knoop
celebrate (to)
vieren
comment
commentaar, opmerking
comfortable
gemakkelijk, comfortabel
dress (to)
zich aankleden, zich kleden
imagine (to)
zich voorstellen
latest
nieuwst(e)
leather
leren
pocket
zak
popular
populair
real
echt
reply (to)
antwoorden
sign in (to)
intekenen, aanmelden
silly
dwaas, onnozel
skirt
rok
slim
slank
try (to)
proberen
underneath
eronder
blouse
bloes
borrow (to)
lenen
change (to)
zich omkleden
discuss (to)
bespreken
earring
oorbel
fashionable
modieus
fit (to)
passen
get ready (to)
zich klaarmaken
jewellery
sieraden
past
langs, voorbij
pretty
mooi
shorts
korte broek
suit (to)
passen bij, goed staan
top
topje (kleding)
traffic lights
verkeerslichten
try on (to)
aanpassen
turn (to)
afslaan
umbrella
paraplu
wardrobe
kleerkast, garderobe
wellies
regenlaarzen
agree (to)
het eens zijn
bargain
koopje
cap
pet
change
wisselgeld
cost (to)
kosten
customer
klant
good-looking
knap
guy
kerel, vent
ill
ziek
jumper, sweater
trui
kid (to)
grapjes maken
price tag
prijskaartje
receipt
bonnetje
repeat
herhalen
sales assistant
verkoper, verkoopster
size
maat
special offer
speciale aanbieding
spot
stip, puist
stripe
streep
sunglasses
zonnebril

Flickr Creative Commons Images

Some images used in this set are licensed under the Creative Commons through Flickr.com.
Click to see the original works with their full license.