97 terms

Nederlands

stijl en woordenschat
STUDY
PLAY
anomalie
afwijking, onregelmatigheid
chauvinisme
blinde liefde voor het eigen land
colloquium
discussiebijeenkomst, samenspraak
confederatie
bond van staten en gewesten
consistent
samenhangend, hecht
controversieel
tot een controverse leidend
cruciaal
beslissend, doorslaggevend
deontologie
leer van de plichten van een beroep
dilettant
amateuristische of oppervlakkig kunst-of wetenschapsbeoefenaar
drastisch
krachtig en snel
empathie
inlevingsvermogen
exhaustief
beperkend, uitdovend, uitputtend
exponentieel
uitgedrukt in een exponent: exponentiële groei, buitengewoon krachtige
flaneren
wandelen om te kijken en gezien te worden
flamboyant
vurig, hartstochtelijk
gastronomie
fijne kookkunst
habbekrats
een klein bedrag
hamvraag
moeilijkste, beslissende vraag
inventief
vindingrijk
kiwimodel
terugbetaling van geneesmiddelen
klokkenluider (fig)
iemand die verkeerde dingen binnen een organisatie naar buiten bekendmaakt
koehandel
een politiek proces waarbij partijen onderlinge afspraken maken
koudwatervrees (fig)
overdreven terughoudendheid bij het beginnen met iets nieuws
luguber
onprettig en beangstigend
mantra
zin die steeds wordt herhaald
nultolerantie
totaalverbod, geen enkele uitzondering
ogen (ww)
eruitzien als
paradox
uitspraak die zichzelf tegenspreekt
patstelling
situatie waarin geen normale uitweg meer mogelijk is
pijnpunten
moeilijk onderwerp waar je liever niet mee geconfronteerd zou worden
rancuneus
als je boos en onvriendelijk tegen and blijft tegen iemand die jou slecht behandeld heeft
relevant
van betekenis, ter zake
residu
overblijfsel
resistent
in staat weerstand te bieden
rooilijn
lijn die de grens aanduidt tussen de openbare weg en de plaats waar er gebouwd wordt
sabbatjaar
een pauze in de loopbaan
schofferen
zeer onbeschoft behandelen
schransen
overvloedig, gretig eten
sjofel
armoedig
soelaas
steun, verlichting
summum
toppunt
symposium
wetenschappelijke bijeenkomst
taboe
verboden om erover te spreken
tendentieus
(minachtend) met een bepaalde bedoeling de waarheid verdraaiend
triviaal
alledaags, onbeduidend
utopie
onbereikbaar ideaal
verloederen
in moreel of materieel opzicht vervallen
vunzig
vies, slordig, muf, vochtig
woelwater
druk persoon, woelig kind
afkalven
geleidelijk afbrokkelen
ambigu
dubbelzinnig
bombastisch
hoogdravend, opgeblazen
afasie
taal(gebruiks)stoornis als gevolg van een hersenbeschadiging
bakkeleien
ruziën, vechten
blasfemisch
godslasterlijk
acroniem
woord gevormd door de eerste letters van andere woorden
affefietje
onaangenaam gevalletje, zaakje
addendum
aanhangsel van een boek, bijlage
boutade
spitsvondige uitspraak
calamiteit
natuurramp, niet-verwachte gebeurtenis die ernstige schade kan veroorzaken
clementie
genade
colofon
vermelding van schrijver, drukker, ...
cryptisch
verborgen, geheimzinnig
denktank
groep van gespecialiseerde, deskundige adviseurs
diftong
tweeklank
dissident
andersdenkende
erudiet
zeer belezen, vol algemene kennis
faciliteren
datgene wat nodig is beschikbaar maken
frictie
wrijving, onenigheid
heuristiek
leer van het vinden, wetenschap die langs methodische weg tot ontdekkingen of uitvindingen leert komen
hommeles
herrie, heibel, onenigheid
isoglosse
denkbeeldige taalgrens
lexicoloog
beroep, iemand die zich specifiek bezighoudt met de bestanddelen van de taal
lingua franca
vreemde taal die wordt gebruikt door sprekers met een verschillende moedertaal
megalomaan
iemand die door grootheidswaanzin bezeten is
mongrafie
boek over 1 onderwerp
onooglijk
onaangenaam voor het oog
orthodox
zich stipt houdend aan de (religieuze) bepalingen en voorschriften
parafrase
weergave van de inhoud met andere woorden
parodie
grappige nabootsing om iets bespottelijk te maken
persiflage
spottende nabootsing
pidgin
een taal die ontstaat wanneer 2 bevolkingsgroepen die verschillende talen spreken met elkaar in contact komen, maar die niemands moedertaal is
polyglot
iemand die veel talen goed kent
redundant
wat meer is dan je nodig hebt
referaat
verslag, voordracht
regelneef
iemand die graag alles precies regelt
schuttingtaal
niet beschaafde taal, straattaal
asceet
iemand die zich aan vrome boetedoening wijdt
filantroop
iemand die veel aan de armen geeft
hausse
(prijs)stijging, periode van economische groei
scrupuleus
zeer nauwkeurig of al te nauwkeurig
sitcom
type komedieserie die gesitueerd wordt rond een vaste groep personages is een tamelijk alledaagse omgeving
sleets(e) schoenen
wat (bijna) versleten is
sociolinguistiek
(taalsociologie) houdt zich bezig met de invloed van sociale factoren op de taal
steenkolenengels
slecht engels, slechte uitspraak & slechte grammatica
stigmatiseren
iemand ten onrechte een slechte reputatie bezorgen, brandmerken
vaudeville
toneelstuk waarin vrolijke en komische liedjes gezongen worden