14 terms

Mondeling Hablar sobre enfermedades. Parte 1

STUDY
PLAY
¿Estás enferma?
Vraag of de ander ziek is.
Me siento muy mal
Zeg dat je je beroerd voelt.
¿Qué te pasa?
Vraag wat de ander heeft.
Me duele la cabeza y tengo cuarenta grados de fiebre.
Zeg dat je hoofdpijn hebt en 40 graden koorts.
¿Ya has ido al doctor?
Vraag of de ander al bij de dokter is geweest.
Esta tarde he ido al doctor.
Zeg dat je vanmiddag bij de dokter bent geweest.
Puedo visitarte el jueves, ¿qué te parece?
Zeg dat je de ander donderdag kan bezoeken en vraag wat de ander daarvan vindt.
Me parece muy bien.
Zeg dat je dat goed vindt.
¿Puedo llevarte algo?
Vraag of je iets kan meebrengen.
¿Puedes traerme unas pastillas?
Vraag of de ander wat pillen/pijnstillers mee kan nemen.
Te aconsejo dormir mucho.
Raad de ander aan om veel te slapen.
Voy a seguir tu consejo.
Zeg dat je de raad gaat opvolgen.
¡Que te mejores!
Wens de ander beterschap.
Muchas gracias
Bedank.
OTHER SETS BY THIS CREATOR

Flickr Creative Commons Images

Some images used in this set are licensed under the Creative Commons through Flickr.com.
Click to see the original works with their full license.