14 terms

Mondeling Hablar sobre un accidente (Parte 2)

STUDY
PLAY
¿Qué pasó?
Vraag wat er is gebeurd.
Tuve un accidente de tráfico
Zeg dat je een verkeersongeluk hebt gehad.
¿Cómo fuiste al hospital?
Vraag hoe de ander naar het ziekenhuis ging.
Fui al hospital en ambulancia.
Zeg dat je met de ambulance naar het ziekenhuis ging.
¿Por qué fuiste al hospital?
Vraag waarom de ander naar het ziekenhuis ging.
Porque me rompí el brazo.
Zeg omdat je je arm had gebroken.
¿Qué hicieron los médicos?
Vraag wat de artsen deden.
Me hicieron una radiografía.
Zeg dat ze een röntgenfoto maakten.
¿Qué hicieron después?
Vraag wat ze daarna deden.
Después me operaron.
Zeg dat ze je daarna hebben geopereerd.
¿Cuántos días tienes que quedarte?
Vraag hoeveel dagen de ander moet blijven.
Tengo que quedarme una semana.
Zeg dat je een week moet blijven.
¿También tienes que hacer ejercicios?
Vraag of de ander ook oefeningen moet doen.
Sí, tengo que hacer ejercicios para los hombros.
Zeg dat je oefeningen moet doen voor je schouders.
OTHER SETS BY THIS CREATOR

Flickr Creative Commons Images

Some images used in this set are licensed under the Creative Commons through Flickr.com.
Click to see the original works with their full license.