How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

65 terms

4 of course! unit 04 challenges english - dutch

4 of course! unit 04 challenges english - dutch
STUDY
PLAY
bewildered
verbijsterd
boundary
grens
ensue
erop volgen
to maintain
in stand houden, behouden
on the straight and narrow
op het rechte pad (figuurlijk)
parenting
ouderschap (opvoelding)
potentially
mogelijk
to acknowledge
erkennen, toekennen
collapse
instorten
competitors
concurrent, mededinger
to liberate
bevrijden, vrijmaken
nuisance
ergenis
participant
deelnemer
predictable
voorspelbaar
spectator
toeschouwer
trail
pad
anticipate
verwachten, voorzien
appropriate
passend
avalanche
lawine
to be busted
gearresteerd worden
to convey
overbrengen
a disabled person
invalide
to disguise
verbergen
exceeds
overtreffen
to focus
zich concerntreren
to grab
vastpakken
gravity
zwaartekracht
hazardous
gevaarlijk
to interpret
verklaren
marine
marinier
survey
inspecteren
unprecedented
nog niet eerder voorgekomen, ongekend
band
strook
blaring
luid en onplezierig doen klinken
blizzard
sneeuwstorm
to condense
verkort weergeven
convenience store (AE)
winkeltje dat eten, kranten e.d. verkoopt en altijd open is
deluge
stortvloed
font
lettertype
issue
nummer
knowledgeable
goed geïnformeerd, goed op de hoogte
to litter
vervuilen
onslaught
aanval
promotional materials
advertentie, reclame
segment
deel
skyrocketing
vliegen ophoog
a white lie
een leugentje on bestwil
to convict
veroordelen, formeel beschuldigen van
to defy
trotseren
to embrace
omhelzen
to execute
uitvoeren
pad
vulling
partially
gedeeltelijk
to restrain yourself
zich beheersen
treacherous
verradelijk
to tread on
stappen op
vein
ader
adaptable
flexible
appicant
sollicitant
cooperative
meewerkend
to defy (somebody to prove an accusation)
uitdagen
fortnight
twee weken, 14 dagen
hospitality
gastvrijheid
laundry
wasserette
registered
gediplomeerd