110 terms

Weer en klimaat H1 en H2

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

aanlandige wind
een wind die vanaf de zee naar het land waait; in de winter verzachtend
aanvoer van warmte en kou van elders
door wind of zeestroming wordt warmte of kou van een verderop liggend gebied aangevoerd
aflandige wind
wind van land naar zee; in de winter koud
barometer
meetinstrument voor luchtdruk
bewolking
het totaal aan wolken die de hemel bedekken
bewolkingsgraad
het percentage van de hemel dat met wolken is bedekt
breedteligging
de afstand van een plaats tot de evenaar
hoge druk
meting van een hoog gewicht aan lucht op een bepaalde plaats, ontstaan door een dalende luchtstroom
hoogteligging
Ligging van een plaats ten opzichte van zeeniveau
isobaren
Dat zijn lijnen die plaatsen met dezelfde luchtdruk verbind
klimaat
Het gemiddelde weer in een groot gebied over 30 of 40 jaar.
klimaatgrafiek
grafiek die laat zien hoe de temperatuur (lijn) en neerslag(staaf) is geweest
lage druk
een gebied met een tekort aan lucht. lucht stroomt naar het lage luchtdrukgebied toe. in een lage luchtdrukgebied is een stijgende luchtbeweging met als gevolg bewolking en neerslag
landwind
wind van land naar zee; in zomer heet, in winter koud
luchtdruk
het gewicht van de lucht op het aardoppervlak
maximum
gebied waar de luchtdruk hoger is dan de omgeving (hogedrukgebied)
millibar
meeteenheid om luchtdruk mee aan te geven
minimum
gebied waar de luchtdruk lager is dan de omgeving (lagedrukgebied)
neerslag
Water dat als regen, sneeuw, mist, hagel of ijzel op de aarde valt.(in vloeibare of vaste vorm)
schaal van Beaufort
Schaal waarmee de kracht van de wind wordt aangegeven.
schaal van Celsius
verdeling voor temperatuur (smeltpunt ijs = 0 graden, kookpunt water is 100 graden
temperatuur
Hoe koud of warm het is, uitgedrukt in graden.
thermometer
meetinstrument om tempratuur te meten
weer
toestand van temperatuur op een bepaalde plaats en tijd.
weer- en klimaatfactoren
omstandigheden die invloed hebben op weer en klimaat: breedteligging, hoogteligging, afstand tot zee
weerelementen
onderdelen van het weer: temperatuur, neerslag, bewolking en wind
wind
Verplaatsing van lucht
windkracht
sterkte van de wind; uitgedrukt in schaal van Beaufort
windrichting
de richting waar de wind vandaan komt
windroos
geeft de windrichting aan
windsnelheid
snelheid waarmee de lucht in de dampkring wordt verplaatst uitgedrukt in meters per seconde
zeewind
aanlandige wind; wind van zee naar land
zoninvalshoek
de invalshoek van de zonnestralen op het aardoppervlak
altijd groene mediterrane vegetatie
begroeiing in het Middellandse zeegebied, aangepast aan de droogte
broeikasgassen
gassen in de dampkring die de warmte van de zon vasthouden
condenseren
Het overgaan van waterdamp naar vloeibaar water
draineren
Een teveel aan water laten weglopen; ook ontwateren
droge lucht
lucht met weinig waterdamp erin
frontale neerslag
Neerslag die ontstaat door botsing van warme en koude lucht
gematigd zeeklimaat
klimaat met een koele zomer en een zachte winter; de neerslag valt het hele jaar door
gemengd bos
Bos waar loof- en naaldbomen door elkaar groeien
gesteldheid van aardoppervlak
snelheid waarmee land of water kan opwarmen of afkoelen onder invloed van zon
handelsgewassen
Gewassen die worden verbouwd met de bedoeling om ze te verhandelen voor consumptie.
hooggebergteklimaat
Koud klimaat. De tempratuur in de zomer is gemiddeld lager dan 10 graden Celcius, neerslag in vorm van sneeuw
hooggebergtevegetatie
plantensoorten die in het hooggebergte nog voorkomen; aangepast aan kou
irrigatie
Kunstmatige bevloeiing van het land / beregening
kooldioxide
broeikasgas, houdt warme vast, CO2
landbouw en visserij
Primaire sector
lijzijde
zijde van de berg waar droge lucht naar beneden valt, uit de wind
loefzijde
de windkant van een gebergte met veel neerslag
luchtvochtigheid
hoeveelheid waterdamp die in de lucht zit
mediterraan klimaat
Klimaat met gematigd luchtstreek met droge,warme zomers en zachte,natte winters
methaan
broeikasgas dat warmte vasthoudt; CH4
natte lucht
lucht met veel waterdam
natuurlijk broeikaseffect
het vasthouden van warmte in atmosfeer door broeikasgassen die op natuurlijke wijze in atmosfeer zijn gekomen
neerslagintensiteit
hoeveelheid neerslag die per uur of per dag valt
neerslagverdeling
Verdeling van de neerslag over een gebied of land
nuttige neerslag
Het verschil tussen neerslag en verdamping (dus wat je aan water overhoudt)
piekafvoer
De enorme hoeveelheid water die in een rivier in een korte tijd krijgt te verwerken
regenschaduw
de lijzijde van een berg, waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt
steppeklimaat
droog klimaat met ongeveer 250-500 mm per jaar er groeien alleen nog steppegrassen, geen bomen
steppevegetatie
vorm van vegetatie met grassen en struiken die zijn aangepast aan droge klimaat
stijgingsneerslag
neerslag ontstaan doordat warme lucht opstijgt, afkoelt en neerslag veroorzaakt (doordat zon het aardoppervlak verwarmt)
stuwingsneerslag
regen die ontstaan doordat lucht aan de loefzijde van een berg word omhoog gestuwd en afkoelt
vegetatiezone
gebied dat dezelfde natuurlijke plantengroei heeft
verdampen
Het overgaan van vloeibaar water naar waterdamp
versterkt broeikaseffect
De mensen brengen te veel broeikasgassen in de atmosfeer, waardoor het op aarde warmer wordt.
voedselgewassen
Gewassen die verbouwd worden om de eigen bevolking te voeden
waterbalans
De hoeveelheid water die een gebied binnenkomt en uitgaat
waterdamp
water in gasvorm; is ook een belangrijk broeikasgas dat warmte kan vasthouden
zeespiegelstijging
verhoging van de gemiddelde stand van het zeewater.
zonnekracht
de hoeveelheid zonnestraling die een gebied ontvangt
depressie
een gebied met lage luchtdruk; kenmerk: bewolking en neerslag
droge winter
gemiddeld koud seizoen met weinig neerslag
droog klimaat
klimaat met weinig of geen neerslag
drukgordels
verschillen in hoge druk en lage druk in atmosfeer
duurzaam consumeren
producten kopen die zo weinig mogelijk schade aan het milieu toebrengen
duurzaam produceren
producten maken op een manier die het milieu het minst schade aanbrengt
duurzaamheid
niet meer natuurlijke hulpbronnen gebruiken dan dat er bij komen, zodat mensen ze ook in de toekomst nog kunnen gebruiken
ecologische voetafdruk
Manier om je energieverbruik te meten, uitgedrukt in hectares per persoon
eeuwige sneeuw
gebied waar altijd sneeuw blijft liggen
extensieve landbouw
landbouw met veel grond waar maar weinig arbeidskracht voor nodig is
landklimaat
klimaat met weinig tot geen invloed van zee, winters koud, zomers warm.
hazard management
Het omgaan met risico's van een natuurramp.
hergebruik
Het maken van nieuwe producten uit afval
hurricane
zware storm (orkaan) met een windsnelheid van meer dan 118 km per uur
intensieve landbouw
landbouw met weinig grond waar veel arbeidskracht voor nodig is
klimaatverdrag
Verdrag waarmee landen afspreken hoe ze de klimaatverandering gaan aanpakken
naaldbossen
bossen met alleen maar naaldbomen
passaatwind
vaste windstroom die naar het lagedrukgebied rond de evenaar waait
poolklimaat
klimaat waar de temperatuur altijd lager is dan 0 graden Celcius
recyclen
Het opnieuw gebruiken van grondstoffen zoals papier, ijzer, plastic, lood en blik.
risicoperceptie
de mate waarin de bevolking is geïnformeerd over de kans op een natuurramp en de mogelijke gevolgen ervan
savanne
landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken
savanneklimaat
tropisch klimaat (warm en vochtig) met een droge tijd
sneeuw- en ijsklimaat
zeer koud klimaat in poolgebieden met weinig neerslag (meestal sneeuw)
taiga
vegetatiezone met alleen maar naaldbossen
toendraklimaat
Koud klimaat met 's zomers een gemiddelde temperatuur die lager is dan 10 graden.
tornado
zeer krachtige wervelwind
tropisch regenwoud
dicht, ondoordringbaar bos in een warm en vochtige omgeving (tropen)
tropisch regenwoudklimaat
een klimaat waarbij de temperatuur altijd hoger is dan 18 graden en het hele jaar door veel regen valt (meer dan 2.000 mm)
tropische lagedrukgordel
lagedrukgebied door de opwarming van het aardoppervlak in tropische gebieden
verdroging
het droger worden van een gebied door allerlei oorzaken zoals ontbossing
verwoestijning
Het uitbreiden van de woestijnen, meestal door menselijke oorzaken
voedselpiramide
Een keten van levende wezens die eten en op hun beurt gegeten worden
wervelwind
een wind boven land die rond een middelpunt cirkelt en een klein gebied beslaat
wet van Buys Ballot
De wind waait van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied, met een afwijking naar rechts als je op het noordelijk halfrond bent en naar links op het zuidelijk halfrond. Dat komt door de draaiing van de aarde
windsystemen
de manier waarop wind ontstaat tussen een hogedrukgebied en een lagedrukgebied
woestijngebied
vegetatiezone met bijna geen begroeiing
woestijnklimaat
Droog klimaat (0-200 mm neerslag per jaar); droger dan een steppeklimaat, groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur