Begrippenlijst Literatuur

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Alliteratie
De beginmedeklinkers van woorden zijn gelijk
Anticlimax
Een opsomming met afnemende kracht/intensiteit
Antithese
Het gaat hier om het naast elkaar plaatsen van tegenstellingen of tegengestelde begrippen
Assonantie
Klinkers in één of meerdere woorden rijmen
Chiasme
Ook wel "kruisstelling" genoemd. Twee bij elkaar horende zinnen of zinsdelen zijn elkaars spiegelbeeld
Chute
Ook wel "volta" of "wending" genoemd. Het gaat hier om de tegenstelling en overgang van octaaf naar sextet in een sonnet
Cliché
Versleten beeldspraak. Het gaat hier om ouderwetse uitdrukkingen die nietszeggend zijn geworden
Climax
Een opsomming met opklimmende kracht of intesiteit.
Cynisme
De meest harde, bijtende vorm van spot. Op schaamteloze en ongevoelige wijze wordt de spot gedreven maar tegelijkertijd heerst het besef dat de situatie of toestand niet veranderd kan worden.
Distanzstellung
Uiteenplaatsing. Een zinsdeel dat normaal een geheel vormt, wordt uit elkaar getrokken. Het woord dat voorop komt te staan, krijgt extra accent. "Spruitjes aten we en aardappelen met jus"
Distichon
Tweeregelige strofe
Ellips
Weglating van een zinselement, woord of woorddeel
Enumeratio
Ook wel "opsomming" genoemd. Feiten, meningen, namen enzovoorts worden vlak achter elkaar geplaatst
Exclamatie
Uitroep. Vaak herkenbaar aan het gebruik van uitroeptekens
Hyperbool
Overdrijving
Inversie
Omkeren van de normale woordvolgorde. Die ziet er normaal gesproken als volgt uit: onderwerp - persoonsvorm - overige zinsdelen. In geval van inversie komen andere zinsdelen voor de persoonsvorm te staan.
Ironie
Schijnbaar ernstige opmerking die spottend bedoeld is. "Daar ben ik werkelijk hard in!"
Kwatrijn
Strofe van vier regels
Litotes
Ook wel "dubbele ontkenning" genoemd. Iets wordt sterk benadrukt door het tegenovergestelde te ontkennen. "Dat is helemaal zo gek nog niet"
Metafoor
Beeldspraak berustend op een vergelijking. Alleen het beeld wordt gegeven en het object wordt weggelaten.
Metonymia
Beeldspraak berustend op een verschuiving. In de zin "Ik heb een Van Gogh aan de muur" bedoelt men niet de schilder maar een werk van hem.
Octaaf
Twee strofen van ieder vier regels van een sonnet (twee kwatrijnen).
Paradox
Een schijnbare tegenstelling. Het lijkt alsof de schrijver zichzelf weerspreekt, maar bij nader inzien blijkt dat niet het geval te zijn. "Wie in vrede wil leven, moet zichzelf vaak geweld aandoen"
Parodie
Een lachwekkende nabootsing van een literair werk of literaire stijl.
Binnenrijm
Het rijmen van woorden in een en dezelfde versregel.
Eindrijm
Het gelijk zijn van de beklemtoonde klinker plus een of meer medeklinkers aan het einde van een versregel.
Gebroken rijm
Rijmschema: a b c b of a b a c
Gekruist rijm
Rijmschema: a b a b
Gepaard rijm
Rijmschema: a a b b
Glijdend rijm
Op een beklemtoonde lettergreep volgen twee onbeklemtoonde lettergrepen. "wonderen, donderen"
Halfrijm
Alleen klinkers of medeklinkers rijmen.
Mannelijk rijm
Ook wel "staand rijm" genoemd. De laatste rijmende lettergreep van een regel heeft de klemtoon.
Personificatie
Iets abstracts of levenloos wordt voorgesteld als levend, met menselijke eigenschappen.
Pleonasme
Een begrip, dat in het hoofdwoord al opgesloten is, wordt nog eens genoemd.
Polysyndeton
Herhaaldelijk gebruik van dezelfde voegwoorden
Prolepsis
Ook wel "vooropplaatsing" genoemd. Dit lijkt erg op inversie. Een woord of zinsdeel dat vooraan staat, krijgt de meeste nadruk. Het woord of zinsdeel staat geïsoleerd, meestal gescheiden van het vervolg door een komma.
Quintet
Vijfregelige strofe.
Repetitio
Ook "herhaling" genoemd. Woord of zinsdeel wordt ongewijzigd herhaald waardoor deze extra nadruk krijgt.
Retorische vraag
Is eigenlijk geen vraag maar een heel besliste mededeling in de vorm van een vraag. Hier wordt geen antwoord op verwacht.
Middenrijm
Volrijmende woorden in het midden van elkaar opvolgende versregels staan.
Omarmend rijm
Rijmschema: a b b a
Overlooprijm
Er is sprake van overlooprijm wanneer twee volrijmende woorden elkaar direct opvolgen in twee opeenvolgende versregels.
Slagrijm
Rijmschema: a a a a
Perzisch rijm
Rijmschema: a a b a
Volrijm
Zowel de medeklinkers als de klinkers rijmen.
Vrouwelijk rijm
Op de rijmende beklemtoonde lettergreep volgt nog een onbeklemtoonde lettergreep.
Sarcasme
Op bijtende, felle wijze de spot met iets drijven. Het voorwerp van bespotting staat bloot aan een ongenadige en onverzoenlijke aanval.
Sextet
Strofe van zes regels.
Petrarca-sonnet
Sonnet bestaande uit twee kwatrijnen en twee terzetten. De twee kwatrijnen vormen een octaaf en de twee terzetten een sextet. De chute valt tussen de octaaf en het sextet.
Shakespeare-sonnet
Sonnet bestaande uit drie kwatrijnen en een distichon
Strofe
Een couplet of alinea van een gedicht
Tautologie
Dubbelzegging. Men zegt tweemaal hetzelfde en maakt daarmee eigenlijk een stijlfout.
Terzet
Drieregelige strofe in een sonnet
Terzine
Drieregelige strofe
Eufemisme
Opzettelijke afzwakking.
Versregel
Regel van een gedicht.