80 terms

VG1 - Unit 1 - All vocabulary

STUDY
PLAY
alone
alleen
awesome
geweldig
to be called
heten
centre
centrum
to chat
kletsen
confident
zelfverzekerd
to hang out
ergens zijn / rondhangen
different
verschillend
difficult
moeilijk
favourite
favoriet(e)
kind
aardig
lonely
eenzaam
lost
verdwaald
to meet
ontmoeten
member
lid
only child
enig kind
pleased
blij
quiet
stil, rustig
shy
verlegen
worried
bezorgd
acting
acteren / toneelspelen
activity
activiteit
to be into
geïnteresseerd zijn in
blond
blond
both
beide
curly
krullend
drama club
toneelclub
to encourage
stimuleren / aanmoedigen
to enjoy
genieten van
especially
vooral
excellent
uitstekend
exciting
spannend
form
klas
interested
geïnteresseerd
to join
aansluiten bij / deelnemen
to organise
organiseren
to put on
opvoeren
quite
nogal
school hall
aula
yourself
jezelf
boyfriend
vriendje
choice
keuze
cute
schattig
dining room
eetkamer
floor
verdieping
to follow
volgen
to hurry up
opschieten
if
als / indien
irritating
irritant
neighbours
buren
remember
zich herinneren
return
terugkeer
seat
stoel / zitplaats
serious
serieus / ernstig
shelf
plank
steps
treden
tired
moe
true
waar
upstairs
boven
view
uitzicht
article
artikel, stuk
assistant
assistent
aunt
tante
to collect
verzamelen
congratulations
gefeliciteerd
cousin
neef, nicht
gran
oma
granddad
opa
hobbies
hobby's
important
belangrijk
interesting
interessant
magazine
tijdschrift
nephew
neefje
newspaper
krant
niece
nichtje
office
kantoor
so
dus
sure
zeker / natuurlijk
to tell
vertellen
uncle
oom