How can we help?

You can also find more resources in our Help Center.

10 terms

neue kontakte ArbBuch Kap4 zum schluss c redemittel

STUDY
PLAY
Er hat kurze Haare und er trägt einen schwarzen Mantel
Hij heeft kort haar en hij draagt een zwarte jas
Ich weiß nicht was du meinst
Ik weet niet wat je bedoelt
Sie hat sich erkältet
Zij is verkouden geworden
Ich fühle mich nicht wohl
Ik voel me niet lekker
Ich hätte am liebsten eine dunkelgrüne Hose
Ik heb het liefst een donkergroene broek
Was fehlt dir?
Wat mankeert je?
Warum trägst du keine Stiefel?
Waarom draag je geen laarzen?
Können Sie mir etwas gegen die Schmerzen geben?
Kunt u me iets tegen de pijn geven?
Haben Sie noch eine Nummer größer?
Heeft u nog een grotere maat?
Darf ich dieses Kleid anprobieren?
Kan ik deze jurk passen?