16 terms

Economie klas 4 H6: Welvaart wereldwijd (kader)

STUDY
PLAY
Gebonden hulp
Hulp aan ontwikkelingsland waarbij voorwaarden aan de hulp gesteld worden.
Inkomen per hoofd van de bevolking
Het gemiddelde inkomen per inwoner van een land.
Noodhulp
Hulp in noodsituaties, zoals het geven van voedsel en medicijnen, met als doel op korte termijn de mensen te laten overleven.
Ontwikkelingslanden
Landen met een grote economische achterstand op rijke westerse landen.
Ontwikkelingssamenwerking
Samenwerking tussen rijke landen en ontwikkelingslanden om de welvaart in ontwikkelingslanden duurzaam te vergroten.
Structurele hulp
Hulp aan ontwikkelingslanden om de oorzaken van armoede te bestrijden en de landen economisch zelfstandig te maken. Deze hulp is gericht op de lange termijn.
Vicieuze cirkel
De oorzaak van het ene probleem is een gevolg van een ander probleem. Met hulp van buitenaf kan een vicieuze cirkel doorbroken worden.
Buffervoorraden
Extra voorraden. Ontwikkelingslanden kunnen die gebruiken om prijsschommelingen op de wereldmarkt tegen te gaan.
Monocultuur
Ontwikkelingslanden zijn voor hun exportinkomsten afhankelijk van een of enkele producten.
Ruilvoet
De verhouding tussen de prijs van exportproducten en de prijs van importproducten.
Wereldbank
Deze bank heeft als belangrijkste taak ontwikkelingslanden te helpen met leerlingen. De Wereldbank is een onderdeel van de Verenigde Naties.
Bilaterale hulp
Hulp die het ene land rechtstreeks geeft aan een ontwikkelingsland.
Grondstoffenovereenkomst
Afspraken tussen landen die bedoeld zijn om de prijzen van bepaalde grondstoffen stabiel te houden.
Microkrediet
Een kleine lening die verstrekt wordt aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die niet kunnen lenen bij gewone banken.
Wereld Handelsorganisatie
WTO. Een organisatie die ernaar streeft om de vrijhandel in de wereld te bevorderen.
Fairtrade
Organisatie die boeren in ontwikkelingslanden helpt door ze een eerlijke prijs voor hun producten te bieden.