15 terms

Vocabulario 1.1

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

¡Hola!
hallo!
¿y tú?
En jij?
bien
Goed
no
Nee
ja/ wel
la piscina
het zwembad
el camping
de camping
me llamo
ik heet
hablas
je spreekt
vamos
wij gaan
vas
jij gaat
voy
ik ga
soy
ik ben
es
het/ hij / zij is, u bent
inglés
Engels