40 terms

Engels Unit 4

STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

digital communication
digitale communicatie
instant messaging
chatbericht
message board
berichtenoverzicht
multitask
meerdere dingen tegelijkertijd doen
virtual
virtueel
generations
generaties
babyboomer
babyboomer
digital generation
digitale generatie
generation y
generatie y
yuppies
veelverdieners
downmarket
goedkoop
end user
eindgebruiker
out of town
buiten de stad
own brand
huismerk
retailer
kleinhandelaar
upmarket
duur
market researchers
marktonderzoekers
habits
gewoonten
distinction
onderscheid
word of mouth
van mond tot mond
acronyms
afkortingen gebruikt als woorden
competitors
concurrenten
to compete
concurreren
sales representative
vertegenwoordiger
to target
als doel hebben
to distribute
verzenden
pros
voordelen
cons
nadelen
annual
jaarlijks
revenue
opbrengst
share
aandeel
supermarket chain
supermarkt keten
grocery store
kruidenierswinkel
furniture
meubilair
customer discount card
klantenkortingskaart
loyalty
trouw
profits
winst
vibrate mode
trilstand
objectives
doelstellingen
annoying
irritant