65 terms

Nederlands

Antoniemen 2
STUDY
PLAY

Terms in this set (...)

Aan raden
Af raden
Aanvoeren
Afvoeren
Aanwezig
Afwezig
Afkeuren
Goedkeuren
Beneden
Boven
Bovenste
Onderste
Brengen
Weghalen
De binnenkant
De buitenkant
De binnelucht
De buitenlucht
De donor
De ontvanger
De gelijkenis
Het verschil
De leukocyt
De erytrocyt
De opname
De afgifte
De rechterkant
De linkerkant
De toekomst
Het verleden
De uitgang
De ingang
De vermindering
De vermeerdering
De vooruitgang
De achteruitgang
Dekken
Ontdekken
Dun
Dik
Echt
Vals
Exotisch
Lokaal
Gevaarlijk
Veilig
Gezond
Ziek, ongezond
Gunstig
Ongunstig
Het begin
Het einde
Het deel
De geheel
Het gemak
Het ongemak
Het inademen
Het uitademen
Het probleem
De oplossing
Hol
Bol
Hoogstens
Minstens, minimum
Iemand
Niemand
Ingewikkeld
Eenvoudig
Inwendig
Uitwendig
Juist
Vals
Lichaamseigen
Lichaamsvreemd
Meer
Minder
Met
Zonder
Minstens
Maximum
Negatief
Positief
Nemen
Geven
Onregelmatig
Regelmatig
Ontspannen
Spannen
Onverzadigd
Verzadigd
Open
Close
Oppervlakkig
Grondig
Overleven
Overlijden
Slechter
Bete
Steeds
Altijd
Stijgend
Dalend
Vaak
Zeldzaam
Vals
Echt, waar
Veel
Weinig
Verbeteren
Verslechteren
Vergroten
Verkleinen
Verminderen
Vermeerderen
Vet
Mager
Vooraan
Achteraan
Voorafgaand
Volgen
Voortdurend
Tijdelijk
Vroegtijdig
Laattijdig
Warm
Koud
Ziek
Gezond
Zoet
zout
OTHER SETS BY THIS CREATOR