22 terms

lesson 3 unit 3

STUDY
PLAY
argue (to)
ruzie maken
be - was - been in love
(to) verliefd zijn
break - broke - broken up
(to) het uitmaken
business deal
zakendeal
conversation
gesprek
drift apart (to)
uit elkaar groeien
fall - fell - fallen out (to)
ruzie krijgen, - maken
fancy (to)
leuk vinden
gang
bende
go - went - gone out with (to)
uitgaan met
lively
levendig
lover
minnaar, geliefde
mate
vriend, kameraad
offer
(aan)bod
perfectly
perfect
platform
perron
private
privé, persoonlijk
refuse (to)
weigeren
seat
stoel, zitplaats
shout (to)
schreeuwen
single
single, alleenstaand
split - split - split up (to)
het uitmaken