20 terms

zinnen lesson 4 unit 3

STUDY
PLAY
You can hold him if you like.
Je mag hem vasthouden als je dat leuk vindt.
How do you fancy a cold drink?
Heb je zin in een koud drankje?
I don't really feel like it right now.
Ik heb daar nu niet echt zin in.
Another time, maybe.
Een andere keer, misschien.
I'd like to invite you to ...
Ik wil je graag uitnodigen om ...
That sounds like a great idea, thanks!
Dat klinkt als een goed idee, bedankt!
Oh I'm terribly sorry!
O, het spijt me verschrikkelijk.
I'm sorry if I frightened you.
Het spijt me als ik je bang heb gemaakt.
I apologise for ...
Ik bied mijn excuses aan voor ...
It doesn't matter.
Het geeft niet.
It won't happen again.
Het zal niet meer gebeuren.
I should think so!
Dat zou ik denken!
That's a real shame.
Dat is echt zonde.
That's a pity.
Dat is jammer.
I'm sorry to hear that.
Het spijt me dat te horen.
Are you absolutely insane?
Ben je helemaal gestoord?
I was cleaning out his tank when he escaped.
Ik was zijn bak aan het schoonmaken toen hij ontsnapte.
My parents were always arguing and in the end they got divorced.
Mij ouders waren altijd aan het ruziën en uiteindelijk zijn ze gescheiden.
My brother went to live with our dad.
Mijn broer ging bij onze vader wonen.
It didn't work out.
Dat verliep niet goed.