4 terms

Unit 2 Phrases 6 2HV

STUDY
PLAY
I buy it here all the time.
Dat koop ik hier heel vaak.
My dad stopped here to get some shopping.
Mijn vader stopte hier om wat boodschappen te doen.
We always come here for bread.
We komen hier altijd voor brood.
Dad used to buy me crisps here all the time.
Pap kocht hier eerder altijd chips voor me.