6 terms

Unit 2 Phrases 8 2HV

STUDY
PLAY
Do you mean a real frog, madam?
Bedoelt u een echte kikker, mevrouw?
Let me explain.
Ik zal het uitleggen.
I'm sorry, could you say that again, please?
Sorry, kunt u dat nog eens herhalen, alstublieft?
How can I put it differently?
Hoe kan ik dit op een andere manier zeggen?
Which make of crisps did you say they were, sir?
Welk merk chips zei u dat het was, meneer?
Salt and vinegar flavour, you say?
Zout- en azijnsmaak, zei u?